Sociaal-Juridisch

Activeringsbijdrage – nieuwe scharnierdatum overgangsmaatregelen

By 29 november 2019 No Comments

Begin 2018 werd er een bijzondere activeringsbijdrage ingevoerd voor werkgevers die hun werknemers van een bepaalde leeftijd (met een al dan niet verminderd loon) vrijstellen van prestaties om zo de strikte voorwaarden van SWT (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag) te omzeilen.

Principe

De activeringsbijdrage is verschuldigd voor de werknemers die geen enkele prestatie leveren tijdens een volledig kwartaal bij dezelfde werkgever, met uitzondering van de wettelijke volledige schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (ziekte, ongeval, tijdskrediet, thematische verlof,….) en in het geval van vrijstelling van prestaties tijdens de opzeggingsperiode.

De bijdrage is verschuldigd tot op het ogenblik waarop het recht van de werknemer om met pensioen te gaan zich opent.

Percentage afhankelijk van de leeftijd

Het percentage van de bijdrage is afhankelijk van de leeftijd van de werknemer op het ogenblik waarop de werkgever hem van elke prestatie vrijstelt.

De bijdrage wordt berekend op het brutokwartaalloon met een minimumbedrag afhankelijk van de leeftijd van de werknemer bij het begin van de vrijstelling van prestaties.

Leeftijd bij het begin van de vrijstelling prestaties Percentage Minimumbedrag
< 55 jaar 20% 300 euro
>= 55 jaar < 58 jaar 18% 300 euro
>= 58 jaar < 60 jaar 16% 300 euro
>= 60 jaar < 62 jaar 15% 225,60 euro
>= 62 jaar 10% 225,60 euro

 

De activeringsbijdrage is niet verschuldigd op een ontslagpremie of een gouden handdruk.

Uitsluiting/ vermindering

  • Indien de werknemer gedurende de eerste vier kwartalen van vrijstelling van prestaties daadwerkelijk een opleiding georganiseerd door zijn werkgever, verplicht heeft gevolgd, waarvan de kostprijs tenminste 20 % bedraagt van het brutojaarloon waarop hij voor de vrijstelling van prestaties recht had, dan is de werkgever vrijgesteld van de betaling van de activeringsbijdrage.

Opgelet: de werkgever moet aan de Algemene Directie van TSW het bewijs leveren dat de werknemer de opleiding effectief heeft gevolgd. TSW zal de RSZ hiervan eenmaal per jaar in kennis   stellen.

  • De activeringsbijdrage is ook niet verschuldigd indien de werknemer een nieuwe tewerkstelling van minstens 1/3 VTE aanvat hetzij bij een of meerdere andere werkgever(s), hetzij als zelfstandige. De activeringsbijdrage is opnieuw verschuldigd van zodra de werknemer de hierboven vermelde tewerkstelling niet langer uitoefent
  • Indien de werknemer gedurende de periode van vrijstelling van prestaties de verplichting had om een opleiding te volgen die georganiseerd wordt door zijn werkgever voor tenminste 15 dagen gedurende een periode van vier opeenvolgende kwartalen, wordt het bijdragepercentage verminderd met 40% gedurende de betreffende vier kwartalen.

Overgangsregeling – Grondwettelijk Hof

Oorspronkelijke overgangsregeling

De regels rond de bijzondere activeringsbijdrage zijn in werking getreden op 01/01/2018.

De wetgever had daarbij wel nog een overgangsregeling ingevoerd. De activeringsbijdrage was niet verschuldigd voor:

  • Werknemers die in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties gestapt waren voor 28 september 2017;
  • Werknemers die in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties gestapt waren in toepassing van een CAO van bepaalde duur afgesloten en neergelegd op de griffie van de FOD WASO vóór 28 september 2017;
  • In het geval van een autonoom overheidsbedrijf, in een systeem van volledige vrijstelling van prestaties zijn gestapt in toepassing van een regeling afgesloten in het PC vóór 28 september 2017.

Beslissing Grondwettelijk Hof – nieuwe scharnierdatum

Het Grondwettelijk Hof heeft in een arrest van 24 oktober 2019 geoordeeld dat deze overgangsbepalingen in strijd zijn met artikelen 10 en 11 van de Grondwet, met het rechtzekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.

De overgangsregeling voert immers onverantwoorde verschillen in behandeling in ten nadele van werkgevers van werknemers die in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties zijn gestapt na 27 september 2017 maar vóór de bekendmaking van de wet, op 29 december 2017, alsook ten nadele van de werkgevers die een collectieve overeenkomst die voorziet in een regeling van vrijstelling van prestaties, hebben gesloten en op de griffie van de FOD Werkgelegenheid hebben neergelegd na 27 september 2017 maar vóór de bekendmaking van de wet, op 29 december 2017.

Concreet betekent dit dat 29 december 2017 (de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatblad) fungeert als nieuwe scharnierdatum.

De bijzondere activeringsbijdrage is bijgevolg niet verschuldigd voor:

  • Werknemers die in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties zijn gestapt waren voor 29 december 2017.
  • Werknemers die in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties gestapt waren in toepassing van een CAO van bepaalde duur afgesloten en neergelegd op de griffie van de FOD WASO vóór 29 december 2017;
  • In het geval van een autonoom overheidsbedrijf, in een systeem van volledige vrijstelling van prestaties zijn gestapt in toepassing van een regeling afgesloten in het PC vóór 29 december 2017.

Indien u op basis van de oude scharnierdatum activeringsbijdragen heeft betaald terwijl u deze op basis van de nieuwe scharnierdatum niet verschuldigd bent, dan kan u de onverschuldigd betaalde activeringsbijdragen terugvorderen van de RSZ.

 

Bron: art. 66 en 67 van de Programmawet van 25 december 2017, BS 29 december 2017; Arrest grondwettelijk Hof nr. 152/2019 van 24 oktober 2019, BS 14 november 2019.

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken of door gebruik te blijven maken van deze website, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.