Sociaal-Juridisch

Advies NAR – overeenstemming van de bepalingen inzake jaarlijkse vakantie met de Europese richtlijn 2003/88/EG

By 31 januari 2022No Comments

De minister van werk heeft de NAR geïnformeerd dat de diensten van de Europese Commissie aandringen op een snelle aanpassing van de Belgische reglementering inzake jaarlijkse vakantie, teneinde deze in conformiteit te brengen met de richtlijn 2003/88/EG van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd, en met de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Het betreft hier:

  • Het feit dat de Belgische reglementering een werknemer voor wie het om bepaalde redenen onmogelijk was al zijn vakantiedagen in het vakantiejaar op te nemen, niet toestaat zijn vakantiedagen ook na dat vakantiejaar over te dragen.  In de Belgische wetgeving is immers voorzien dat de werknemer de vakantiedagen moet opnemen uiterlijk 31/12 van het vakantiejaar.
  • Het feit dat de Belgische reglementering een werknemer ook niet toestaat zijn vakantiedagen op een later tijdstip op te nemen indien zich tijdens zijn vakantieperiode een ziekte voordoet, waardoor hij de vakantiedagen die samenvallen met zijn ziekte verliest. 

Recht op 4 weken vakantie

Het door de richtlijn toegekende recht op vier weken vakantie met behoud van loon per periode van 12 maanden heeft een tweeledig doel:

  • enerzijds uitrusten van de uitvoering van de taken die de werknemer krachtens zijn arbeidsovereenkomst moet verrichten,
  • en anderzijds beschikken over een periode voor ontspanning en vrije tijd.

Het doel van de richtlijn is om de gezondheid en veiligheid van de werknemers beter te beschermen, met name door ervoor te zorgen dat alle werknemers beschikken over de minimumperiodes voor jaarlijkse vakantie die noodzakelijk worden geacht om hen van vermoeidheid te laten herstellen en hun gezondheid en welzijn op de lange termijn te vrijwaren.

1. De mogelijkheid om vakantiedagen over te dragen bij onmogelijkheid tot opname

Uit de gecombineerde lezing van de richtlijn en de Europese jurisprudentie wordt erkend dat werknemers voor wie het om bepaalde redenen onmogelijk is al hun vakantiedagen in het vakantiejaar op te nemen, het recht moeten hebben hun resterende vakantiedagen later op te nemen. Uit die Europese jurisprudentie blijkt dat hiervoor een bijkomende termijn van ten
minste 15 maanden moet worden voorzien.

Hierbij is het van belang dat in het kader van de bestaande Belgische reglementering, de werknemer wel vakantiegeld ontvangt voor de resterende vakantiedagen, maar dat die vakantiedagen zelf niet naar een volgend jaar kunnen worden overgedragen. Bovendien speelt hierbij ook mee dat de ziekenfondsen geen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen toekennen voor het aantal niet-opgenomen vakantiedagen die door dit vakantiegeld worden gedekt.

  • Vakantiedienstjaar

De NAR vraagt het behoud van het huidige systeem van opbouw van vakantierechten met name het onderscheid tussen het vakantiedienstjaar (opbouw) en het vakantiejaar (opname).

  •  Uniforme overdrachtsduur

Met het oog op de vereenvoudiging van het beheer van de vakantie, is de Raad van oordeel dat er, om de periode te bepalen waarin de overgedragen vakantiedagen kunnen worden opgenomen, een uniforme overdrachtsduur van 24 maanden voor alle oorzaken van onderbreking (lijst bij KB) opportuun is.

Het recht op overdracht heeft bovendien enkel betrekking op gevallen van schorsing waarbij de vakantiedagen niet opgenomen kunnen worden op 31 december van het vakantiejaar.

In geval van overdracht wordt aanbevolen de uitgestelde dagen zo snel mogelijk op te nemen.

Er zou voorzien worden in het verplicht vermelden van de overgedragen vakantiedagen op het vakantieattest.

2. Recht om vakantiedagen tijdens ziekte later op te nemen

Volgens de Europese principes mag een werknemer het recht op zijn wettelijke vakantie niet verliezen, zelfs niet als hij tijdens de overeengekomen vakantie ziek wordt.

  • Werkgever informeren over keuze 

Aangezien de werkgever en werknemer duidelijkheid moeten hebben over het statuut van de vakantiedagen die wegens de ziekte of het ongeval werden onderbroken, moet de werknemer de werkgever uitdrukkelijk laten weten dat hij de onderbroken vakantiedagen op een later tijdstip wenst op te nemen, uiterlijk op het moment waarop de werknemer het medisch getuigschrift aan de werkgever bezorgt.

  • Vakantieplanning in overleg 

Indien de werknemer gebruik heeft gemaakt van zijn recht om de vakantiedagen die samenvielen met een arbeidsongeschiktheid over te dragen, dient er in overleg met de werkgever een nieuwe planning opgesteld te worden van de niet-opgenomen vakantiedagen. Er is dus geen sprake van een automatische verlenging van de vakantie.

  • Arbeidsreglement 

Er wordt daarbij gevraagd dat de arbeidsovereenkomstenwet erin voorziet dat het arbeidsreglement automatisch met deze regeling wordt aangevuld, zonder dat een wijziging via de klassieke procedures nodig is.

  • Model medisch attest 

Omwille van de vereenvoudiging van de administratie vraag de NAR om een specifiek (niet verplicht) model van medisch attest te voorzien met een vak dat de mogelijkheid vermeldt om gebruik te maken van het recht op de overdracht van niet-opgenomen vakantiedagen.

Om het gebruik ervan in het buitenland te vergemakkelijken, wordt aanbevolen om het model niet alleen in de drie landstalen te voozien maar ook in verschillende andere talen ter beschikking te stellen op de websites van het RIZIV en de ziekenfondsen.

De bestaande controleprocedures in geval van ziekte of ongeval zijn eveneens van toepassing op het specifieke geval van een ziekte of ongeval die/dat zich voordoet tijdens vakantie. Indien de werknemer zich niet op zijn thuisadres bevindt, moet hij u op de hoogte brengen van zijn verblijfsadres. Dit gegeven moet ook op het modelattest worden opgenomen.

Inwerkingstreding?

De NAR pleit voor een datum van inwerkingtreding op 1 januari 2023.

Eenerzijds om aan het begin van een kalenderjaar te beginnen, en anderzijds om de werkgevers, sociale secretariaten, vakantiefondsen en de instellingen die belast zijn met de toepassing van de nieuwe reglementering, de gelegenheid te geven de nodige aanpassingen aan de informatica en administratie door te voeren.

 

Bron: NAR advies nr. 2.268 van van 21 december 2021- Overeenstemming van de bepalingen inzake jaarlijkse vakantie met de richtlijn 2003/88/EG van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd. 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.