Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Bijkomende aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid vanaf 2024 – update

By 12 februari 2024No Comments

In het kader van de besparingen die werden overeengekomen tijdens de begrotingscontrole werd beslist om vanaf 01/01/2024 de tijdelijke werkloosheidsuitkeringen (uitbetaald door de RVA) te verlagen naar 60% van het begrensd loon (i.p.v. 65%).  Dit geldt voor alle vormen van tijdelijke werkloosheid met uitzondering van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht.

Ter compensatie van het loonverlies voor de werknemer wordt er een bijkomende aanvullende vergoeding tijdelijke werkloosheid gelanceerd die ten laste is van de werkgever of het Fonds voor Bestaanszekerheid. Deze bijkomende vergoeding komt bovenop de bestaande aanvullende vergoedingen, voorzien in de wet, cao’s of andere ondernemingsafspraken.

  • In de uitzendsector wordt er momenteel een aanvullende vergoeding van 4,70 euro (bedrag 2024) per dag tijdelijke werkloosheid (technische of economische werkloosheid) toegekend door het Sociaal Fonds voor uitzendkrachten (opgelet voor uitzendkrachten die tewerkgesteld worden in PC 124 geldt een andere regeling). Het is momenteel nog niet duidelijk of het SFU ook deze bijkomende aanvullende vergoeding ten laste zal nemen.

 

  • In de dienstenchequesector is momenteel voorzien in een aanvullende vergoeding van 2 euro per dag tijdelijke werkloosheid om economische redenen, slecht weer en technische stoornis.

Vanaf 1 januari 2024 zal deze bijkomende vergoeding op 1 januari geïndexeerd worden door een afgevlakte gezondheidsindex toe te passen die gebaseerd is op de maand november van het jaar dat voorafgaat aan de datum van indexatie en wordt gedeeld door het aanvangsindexcijfer van de maand november N-2, d.i. de maand november 2022 voor de indexering op 1 januar

Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt naargelang de hoogte van het maandloon van de werknemer:

MaandloonBijkomende aanvullende vergoeding tijdelijke werkloosheid
≤ 4.000 euro5 euro per dag gedekt door een tijdelijke werkloosheidsuitkering
> 4.000 euro5 euro vanaf de 27e dag tijdelijke werkloosheid in hetzelfde jaar bij dezelfde werkgever*

* De dagen tijdelijke werkloosheid overmacht worden in dit kader niet meegeteld.

Het bedrag van de bijkomende aanvullende vergoeding is gekoppeld aan de spilindex geldend op 1 januari 2024 en wordt verhoogd op dezelfde manier zoals de sociale uitkeringen

Deze bijkomende aanvullende vergoeding is verschuldigd door de werkgever tenzij een CAO de betaling ervan ten laste legt van het Fonds voor Bestaanszekerheid. 

Daarnaast wordt er voorzien dat de werkgever deze bijkomende aanvullende vergoeding niet moet toekennen indien een CAO reeds een gelijkwaardig bedrag toekent aan de werknemer in geval van tijdelijke werkloosheid.  Concreet betekent dit dat de bijkomende aanvullende vergoeding niet verschuldigd is wanneer een CAO reeds een vergoeding toekent die wordt berekend op basis van het verschil tussen de RVA-uitkering en een percentage van het vroegere loon. In een dergelijke situatie zal de vergoeding immers automatisch stijgen bij de vermindering van de RVA-uitkering van 65% naar 60 % van het begrensde loon.

Bepaling van het maandloon?

Voor het bepalen van het maandloon kan men zich volgens de FOD WASO baseren op het gederfde theoretische loon (cf. ASR loon). Het gaat om alle loonelementen waarop socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn, met uitzondering van de bedragen die worden aangegeven onder bezoldigingscode 2 in de DmfA (loonelementen die onafhankelijk van het aantal effectief gewerkte dagen tijdens het kwartaal worden toegekend).

De grens is niet afhankelijk van de tewerkstellingsgraad, zodat dezelfde grens geldt voor deeltijdse werknemers.

Toekenning per dag gedekt door een tijdelijke werkloosheidsuitkering 

De bijkomende aanvullende vergoeding tijdelijke werkloosheid moet worden toegekend “voor elke dag gedekt door een werkloosheidsuitkering” en dus niet enkel per dag dat er tijdelijke werkloosheid wordt geboekt. De tijdelijke werkloosheidsuitkeringen van de RVA worden toegekend in het kader van een 6-dagenstelsel. 

Hieronder de berekeningsformules op basis waarvan het aantal uitkeringen wordt bepaald. 

Statuut Berekening per maandToelichting formule Afronding 
Voltijdse / gelijkgestelde werknemer (PX6) / QP = aantal uren tijdelijke werkloosheid in die maand

Q = normale arbeidstijd per week voor die werknemer indien er geen tijdelijke werkloosheid is

  • minder dan 0,25 valt weg
  • tussen 0,25 en 0,75 wordt omgezet in 0,5 
  • meer dan 0,75 wordt afgerond naar boven
Deeltijdse werknemer met behoud van rechten zonder inkomensgarantie-uitkering 
Deeltijdse werknemer met behoud van rechten met inkomensgarantie-uitkering(PX6) / SP = aantal uren tijdelijke werkloosheid in die maand

S = aantal arbeidsuren per week verricht door een voltijds in dezelfde functie en in dezelfde onderneming tewerkgestelde werknemer

  • minder dan 0,25 valt weg
  • tussen 0,25 en 0,75 wordt omgezet in 0,5 
  • meer dan 0,75 wordt afgerond naar boven
Vrijwillig deeltijds werknemer

(opgelet: aantal halve uitkeringen!)

(PX12) / SP = aantal uren tijdelijke werkloosheid in die maand

S = aantal arbeidsuren per week verricht door een voltijds in dezelfde functie en in dezelfde onderneming tewerkgestelde werknemer

  • naar boven vanaf 0,5 
  • naar onder indien de 0,5 niet bereikt wordt

 

Voorbeeld: een voltijdse werknemer die normaal 37 uur per week werkt, wordt meerdere dagen tijdelijk werkloos gesteld. Op die dagen zou hij in totaal 44 uren gewerkt hebben indien hij niet tijdelijk werkloos was gesteld. Voor die maand zal hij 7 uitkeringen ontvangen (44 x 6) / 37 = 7,13, afgerond naar 7).

→ 7 x 5 = 35 euro bijkomende aanvullende vergoeding tijdelijke werkloosheid 

Voorbeeld: een voltijdse werknemer die effectief 40 uur per week werkt (gemiddeld 38u) met betaalde inhaalrust (Q/S 40/40) wordt meerdere dagen tijdelijk werkloos gesteld. Op die dagen zou hij in totaal 40 uren gewerkt hebben indien hij niet tijdelijk werkloos was gesteld. Voor die maand zal hij 6 uitkeringen ontvangen (40 x 6) / 40 = 6).

→ 6 x 5 = 30 euro bijkomende aanvullende vergoeding tijdelijke werkloosheid 

Voorbeeld: een voltijdse werknemer die effectief 40 uur per week werkt (gemiddeld 38u) met onbetaalde inhaalrust (Q/S 38/38) wordt meerdere dagen tijdelijk werkloos gesteld. Op die dagen zou hij in totaal 40 uren gewerkt hebben indien hij niet tijdelijk werkloos was gesteld. Voor die maand zal hij 6,5 uitkeringen ontvangen (40 x 6) / 38 = 6,32, afgerond naar 6,5).

→ 6,5 x 5 = 32,50 euro bijkomende aanvullende vergoeding tijdelijke werkloosheid 

Voorbeeld: een deeltijdse werknemer met behoud van rechten met inkomensgarantie-uitkering die effectief 32 uur per week werkt (gemiddeld 30,4u) met betaalde inhaalrust (Q/S 32/40) wordt meerdere dagen tijdelijk werkloos gesteld. Op die dagen zou hij in totaal 22,8 uren gewerkt hebben indien hij niet tijdelijk werkloos was gesteld. Voor die maand zal hij 3,5 uitkeringen ontvangen (22,8 x 6) / 40 = 3,42, afgerond naar 3,5).

Voorbeeld: een deeltijdse werknemer met behoud van rechten met inkomensgarantie-uitkering die 32 uur per week werkt (gemiddeld 30,4u) met onbetaalde inhaalrust (Q/S 30,4/38) wordt meerdere dagen tijdelijk werkloos gesteld. Op die dagen zou hij in totaal 22,8 uren gewerkt hebben indien hij niet tijdelijk werkloos was gesteld. Voor die maand zal hij 2,5 uitkeringen ontvangen (22,8 x 6) / 38 = 3,6 afgerond naar 3,5).

Inwerkingtreding 

De wet van 05/11/2023 houdende diverse arbeidsbepalingen werd op 23 november 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. 

De hierboven besproken regeling tot toekenning van een bijkomende aanvullende vergoeding tijdelijke werkloosheid treedt in werking op 01/01/2024. 

 

Bron: Wetsontwerp houdende diverse arbeidsbepalingen, Parl.St. Kamer 2022 – 2023, nr. 3540; Wet van 05/11/2023 houdende diverse arbeidsbepalingen (1), BS 23 november 2023. 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.