Buitenlandse kaderleden die tijdelijk in België werken voor een Belgische vennootschap die deel uitmaakt van een internationale groep, kennen in België een bijzonder fiscaal statuut. Enkel de inkomsten van Belgische oorsprong zijn belastbaar. Voor de fiscus worden zij aanzien als ‘niet-inwoners’. De bezoldiging die overeenstemt met de in het buitenland geleverde prestaties, is in België derhalve niet belastbaar.
Expats worden binnen bepaalde grenzen en onder bepaalde voorwaarden tevens niet belast op terugbetalingen van bepaalde uitzonderlijke kosten die gemaakt worden naar aanleiding van de detachering naar België.
De wetgever maakt een onderscheid tussen twee soorten categorieën, m.n. de ingekomen belastingplichtigen (werknemers en bedrijfsleiders) en de ingekomen onderzoekers (werknemers).
De werkrelatie zal bewezen moeten worden. Dit kan door een arbeidsovereenkomst of detacheringsovereenkomst. Wanneer het een bedrijfsleider betreft, kan dit door het mandaat te overhandigen, of de specifieke opdracht tot het vervullen van leidinggevende functie van dagelijks beheer, of van commerciële, financiële of technische aard.
Bestuurders die deel uitmaken van de raad van toezicht, de onderneming hebben opgericht of een meerderheidsaandeel hebben, komen derhalve niet in aanmerking.
Het wetsontwerp houdende diverse bepalingen voert een aantal belangrijke wijzigingen door om het systeem nog aantrekkelijker te maken voor buitenlands talent.
Wijzigingen
Voorwaarde minimum brutoloondrempel
Voor de toepassing van het gunstregime geldt er voor de ingekomen belastingplichtigen thans een minimum brutoloondrempel van 75.000 € per kalenderjaar.
De controle zal door de fiscus gebeuren aan de hand van de ingediende fiches op jaarbasis. Binnen deze bruto drempel zijn begrepen: het brutoloon, vakantiegeld, eindejaarspremie, voordelen alle aard en variabele vergoedingen (onkostenvergoeding exclusief).
Indien de tewerkstelling geen volledig jaar betreft, mag de drempel verhoudingsgewijs aangepast worden.
Vanaf inkomstenjaar 2025 wordt deze minimum brutoloondrempel verlaagd naar 70.000 €.
Verhoging belastingvrije onkostenvergoeding
Indien voldaan is aan de voorwaarden dan mag de werkgever of vennootschap de expat belastingvrij een onkostenvergoeding toekennen momenteel geplafonneerd op 30 %, met een absoluut maximum van 90.000 € van het overeengekomen bruto salaris.
Deze onkostenvergoeding moet contractueel vastgelegd worden.
Daarnaast mag de werkgever ook klassieke kosten eigen aan de werkgever toekennen, zoals de thuiswerkvergoeding, internetvergoeding, …
In het kader van het bijzonder statuut worden uitzonderlijke kosten ook aanvaard als kosten eigen aan de werkgever maar deze zijn limitatief. Het betreft kosten die voortvloeien uit de verhuis naar België of de inrichting van de woning in België, schoolgeld van de leerplichtige kinderen en inrichtingskosten. Hiervan moeten bewijsstukken overhandigd worden.
Vanaf inkomstenjaar 2025 stijgt de onkostenvergoeding van 30% naar 35% en wordt het maximum grensbedrag geschrapt.
Deze wijziging geldt zowel voor de ingekomen belastingplichtigen als voor de onderzoekers.
Bestaande arbeidsovereenkomsten?
De werkgever kan samen met de expat-werknemer (met inachtneming van het arbeidsrecht), uiterlijk tegen 30/06/2026 (zijnde drie maanden na de publicatie van deze circulaire) retroactief wijzigingen aanbrengen aan de bestaande arbeidsovereenkomsten om op fiscaal vlak toepassing te kunnen maken van de wijzigingen aan het bijzondere belastingstelsel zoals hierboven weergegeven.
Wanneer dergelijke wijzigingen worden aangebracht, kunnen zij van toepassing zijn vanaf de indiensttreding en ten vroegste vanaf 01.01.2025.
De partijen moeten zich er wel bewust van zijn dat een aanpassing van de eerder overeengekomen brutobezoldiging ook gevolgen kan hebben voor alle andere aan de belastbare brutobezoldiging gerelateerde maatregelen, zoals de opbouw van aanvullende pensioenen (de zogenaamde 80 %-regel) en aan de brutobezoldiging gerelateerde beloningen en uitkeringen zoals het pensioen, het vakantiegeld en sociale verzekeringsuitkeringen.
Een wijziging van de bestaande arbeidsovereenkomsten is uiteraard een optie, geen verplichting.
Voorbeeld fiscus
Een in het buitenland aangeworven werknemer is op 01.01.2024 in dienst getreden bij een onderneming en geniet sindsdien het bijzondere statuut.
In zijn arbeidsovereenkomst, wordt de jaarlijkse brutobezoldiging vastgelegd op 77.000 euro en neemt de werkgever, bovenop de bezoldiging, 23.100 euro ten laste als terugkerende uitgaven eigen aan de werkgever (zijnde 30 % van 77.000 euro).
Er werd nog geen aanslag in de personenbelasting gevestigd voor het aanslagjaar 2026 (inkomstenjaar 2025).
De werkgever en de werknemer wijzigen, met inachtneming van het arbeidsrecht, tijdig de arbeidsovereenkomst om rekening te houden met de nieuwe fiscale grenzen:
– de jaarlijkse brutobezoldiging wordt verlaagd (van 77.000 euro) naar 74.148,15 euro;
– het bedrag van de terugkerende uitgaven eigen aan de werkgever wordt verhoogd naar 25.951,85 euro (zijnde 35 % van 74.148,15 euro)
De doorgevoerde wijzigingen zijn van toepassing vanaf 01.01.2025.
De werknemer kan van het BBIB genieten wanneer alle wettelijke voorwaarden en grenzen vervuld zijn.
In dit geval werd, per hypothese, in 2026 naar aanleiding van de aanpassingen aan de arbeidsovereenkomst geen bijkomende vergoeding betaald of toegekend. De fiche 281.10 met betrekking tot het jaar 2025 dient in dat geval te worden gecorrigeerd, rekening houdende met de aan de arbeidsovereenkomst doorgevoerde wijzigingen en de nieuwe fiscale grenzen.
Voor elke toekennings- of uitbetalingsperiode van de toegekende bezoldiging moeten er rechtzettende aangiften in de bedrijfsvoorheffing worden ingediend.
Standpunt RSZ
Het wetsontwerp diverse bepalingen wijzigt enkel de voorwaarden op fiscaal vlak. De RSZ heeft gecommuniceerd dat zij deze versoepeling op sociaal vlak niet zullen toepassen.
Met ingang van 1 januari 2025 worden retroactief wijzigingen doorgevoerd in het fiscale stelsel voor buitenlandse kaderleden en onderzoekers (art.15 e.v.). Het Koninklijk Besluit van 28 november 1969 wordt niet aangepast. Daardoor blijven voor de RSZ vanaf 1 januari 2025 de fiscale regels van toepassing zoals die golden op 1 januari 2022.
Inwerkingtreding
De wet treedt retroactief in werking voor inkomstenjaar 2025, dus vóór de bezoldigingen die betaald of toegekend werden vanaf 1 januari 2025.
Ingekomen belastingplichtigen en onderzoekers, die aangeworven zijn in de periode van 1 januari 2025 tot tien dagen na publicatie van de wet diverse bepalingen in het Belgisch Staatsblad, en die van deze regeling willen genieten, moeten uiterlijk binnen drie maanden vanaf tien dagen na publicatie van voormelde wet in het Belgisch Staatsblad, een aanvraag indienen.
Bron: Wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen, BS 30 december 2025; Circulaire van 1 april 2025, 2026/C/51 over de wijzigingen aan het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen onderzoekers.