Ter herinnering
In principe moeten de “wettelijke” vakantiedagen door de werknemers opgenomen worden voor 31 december van het vakantiejaar. Sinds vakantiejaar 2024 zijn hierop echter een aantal uitzonderingen mogelijk.
Sinds vakantiejaar 2024 kunnen werknemers die hun vakantiedagen niet volledig hebben kunnen opnemen omwille van de hierna vermelde schorsingsgronden (limitatieve opsomming) deze vakantiedagen overgedragen naar de volgende 2 kalenderjaren (24 maanden) die volgen op het oorspronkelijke vakantiejaar. Dit geldt enkel voor de werknemers die in de onmogelijkheid verkeren om de vakantiedagen nog op te nemen uiterlijk voor 31 december van het vakantiejaar omwille van onderstaande schorsingsgronden.
- arbeidsongeval en beroepsziekte;
- gewone ziekte of ongeval;
- moederschapsrust of vaderschapsverlof (artikel 39 van de arbeidswet);
- geboorteverlof (wet op de arbeidsovereenkomsten);
- adoptieverlof;
- profylactisch verlof;
- pleegzorgverlof (artikel 30quater van de wet op de arbeidsovereenkomsten);
- pleegouderverlof (artikel 30sexies van de wet op de arbeidsovereenkomsten);
- de deelneming aan cursussen of studiedagen gewijd aan sociale promotie.
Voorbeeld: er worden 5 vakantiedagen van 2025 overgedragen waarvan er 3 worden opgenomen in 2026 en 2 in 2027.
Als werkgever bent u ertoe gehouden erover te waken dat uw werknemers al hun wettelijke vakantiedagen opnemen voor het einde van het vakantiejaar. Als werkgever kan u dit best goed opvolgen en uw werknemers hieraan herinneren om onaangename verrassingen (strafrechtelijke of administratieve boetes) te vermijden.
Opmerking: Deze regeling is van toepassing op de wettelijke vakantiedagen. Voor de toekenning van extralegale vakantiedagen gelden de regels zoals opgenomen in de sectorale cao, ondernemingscao, het arbeidsreglement en de policy op ondernemingsniveau.
Opgelet: het gaat enkel over de vakantiedagen die een werknemer niet meer heeft kunnen opnemen omdat er op het einde van het vakantiejaar geen werkbare dagen meer waren waarop vakantie kon worden genomen, bijvoorbeeld wegens een langdurige arbeidsongeschiktheid. Het gaat dus niet om vakantiedagen die niet opgenomen werden, terwijl de werknemer (opnieuw) aan het werk was.
Vb. De werknemer is ziek van 1 januari t.e.m. 31 oktober. De werknemer is niet in de “onmogelijkheid” om 4 weken vakantie op te nemen. Er is geen overdracht van vakantiedagen mogelijk
Vb. De werknemer is ziek van 1 januari t.e.m. 15 december. De werknemer is in de “onmogelijkheid” om 2 weken vakantie op te nemen.
Betaling van de vakantiedagen die overgedragen worden
De dagen die overeenkomstig voorgaande overgedragen mogen worden naar de volgende 2 kalenderjaren, moeten in december van het betreffende vakantiejaar uitbetaald worden door de werkgever (bij bedienden) en aangegeven in de DmfA met een nieuwe looncode. Arbeiders hebben het vakantiegeld voor de overgedragen vakantiedagen reeds ontvangen van de vakantiekas.
Op het moment van opname van de overgedragen vakantiedagen zal de werknemer geen loon meer ontvangen voor deze dagen. Deze dagen zouden in de DmfA aangegeven moeten worden met een nieuwe prestatiecode.
| Periode boeking | Prestatiecode | Bezoldigingscode |
Betaling van het enkel vakantiegeld van de niet opgenomen vakantie omwille van de in de wet opgesomde gebeurtenissen | December van het vakantiejaar | / | 15 |
Opname van de overgedragen vakantiedag | Vakantiejaar +1 | 16 | / |
Opname van de overgedragen vakantiedag | Vakantiejaar +2 | 17 | / |
Bron: Koninklijk besluit van 8 februari 2023 tot wijziging van de artikelen 3, 35, 46, 60, 64, 66 en 68 en de invoering van een artikel 67bis in het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, BS 16 maart 2023.