Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Loonbegrip RSZ: bevestiging door het Hof van Cassatie van de nieuwe definitie

By 30 september 2019No Comments

In ons artikel “Loonbegrip – Nieuwe definitie RSZ” hebben wij reeds aangegeven dat de RSZ sinds eind 2018 een verruimde definitie van het loonbegrip hanteert. Menig rechtsleer was het hier echter niet mee eens en oordeelde dat deze verruiming indruiste tegen de wettelijke definitie van het loonbegrip.

Deze auteurs menen dat de RSZ de begrippen ‘ingevolge zijn dienstbetrekking’ en ‘ten laste van de werkgever’ door elkaar haalt.  Als bijvoorbeeld een moedervennootschap rechtstreeks aandelenopties toekent aan de werknemer van één van zijn dochtervennootschappen, zonder dat deze laatste hierin tussenkomt dan is volgens deze visie niet voldaan aan de definitie van het loonbegrip. De werknemer krijgt namelijk aandelenopties ingevolge zijn dienstbetrekking maar deze opties zijn niet ten laste van zijn werkgever, aangezien ze door de moedervennootschap uitgekeerd worden.

Het was dus wachten op het standpunt van de rechtspraak.

Op 20 mei 2019 heeft het Hof van Cassatie zich hierover mogen buigen, en heeft in tegenstelling tot de visie van de meerderheid van de rechtsleer de verruiming van het loonbegrip bevestigd.

De case betrof een producent van schoonheidsproducten (niet de werkgever) die een verkooppremie betaalde aan de werknemers van een winkelketen op basis van de verkoop van zijn producten.

Volgens het Hof van Cassatie doet het feit dat de begunstigde werknemers geen recht kunnen laten gelden tegenover de werkgever, noch dat de werkgever er zich niet toe verbonden heeft dat de premies zouden worden betaald, geen afbreuk aan de kwalificatie van de premie als “loon”. Dat de toegekende voordelen als tegenprestatie voor de geleverde arbeidsprestaties niet ten laste van de werkgever valt, maakt hierbij niet uit.

Kortom: elk voordeel dat de tegenprestatie is van arbeid in uitvoering van de arbeidsovereenkomst is loon waarop socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn.

Het is evenwel de ‘betalende derde’ die de verschuldigde bijdragen moet betalen en aangifte moet doen. Enkel wanneer de derde tijdig de werkgever alle inlichtingen verschaft vóór de aangifte binnen de wettelijke termijn, kan hij van deze verplichting ontheven worden. In dat geval zal de werkgever de socialezekerheidsbijdragen moeten betalen aan de RSZ.

Op fiscaal vlak verandert er niets. De fiscus gebruikt al langer deze uitgebreide versie van het loonbegrip.

 

Bron: Cass. (3e ch.) RG S.18.0063.F, 20 mai 2019 (CFEB Sisley / Office national de sécurité sociale), www.cass.be.

 

 

 

 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.