Onder betaalde sportbeoefenaars wordt verstaan de personen die de verplichting aangaan zich voor te bereiden op of deel te nemen aan een sportcompetitie of -exhibitie onder het gezag van een ander persoon tegen loon dat een bepaald bedrag overschrijdt (art. 2,1 wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars).
Het minimumbedrag van het loon om in aanmerking te komen als betaalde sportbeoefenaar en aldus onder de hierboven vermelde wet te vallen, wordt jaarlijks bij KB bepaald.
Voor de periode van 1 juli 2018 t.e.m. 30 juni 2019 was dit bedrag vastgelegd op 10.200 euro/ jaar.
Het KB van 5 april 2019 heeft bedrag van 10.612 euro / jaar vastgelegd voor de periode van 1 juli 2019 t.e.m. 30 juni 2020.
Dit grensbedrag is ook van belang voor het sociale zekerheidsstelsel van de sportbeoefenaar.
- Er geldt een onweerlegbaar vermoeden dat personen die het grensbedrag overschrijden, onderworpen zijn aan de sociale zekerheid voor werknemers.
- Personen die niet aanzien kunnen worden als betaalde sportbeoefenaar omdat ze het grensbedrag niet overschrijden, dienen aan het stelsel van de sociale zekerheid voor werknemers aangegeven te worden indien ze werken in de uitvoering van een arbeidsovereenkomst gesloten met de werkgever.
Voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen moet er ook nog rekening gehouden worden met een loonplafond. De socialezekerheidsbijdragen voor sportbeoefenaars worden in principe berekend op het werkelijk loon, echter beperkt tot een loonplafond. Indien het werkelijk loon van de sportbeoefenaar het loonplafond zou overschrijden, dan worden de sociale zekerheidsbijdragen berekend op het loonplafond.Vanaf 01.09.2018 bedraagt het loonplafond voor de sportbeoefenaars 2.326,62 euro.
Bron: KB van 5 april 2019 tot vaststelling van het minimumbedrag van het loon dat men moet genieten om als een betaalde sportbeoefenaar te worden beschouwd, BS 24 april 2019.