Het regeerakkoord voorziet in de invoering van een algemene meerwaardebelasting op de realisatie van meerwaarden op financiële activa.
Een nieuw wetsontwerp neergelegd op 17 december 2025 geeft hier nu vorm aan.
Toepassingsgebied
Ratione personae
De voorgestelde meerwaardebelasting is van toepassing op:
- Natuurlijke personen die in België wonen (onderworpen aan de personenbelasting)
- Rechtspersonen (onderworpen aan de rechtspersonenbelasting), zoals VZW’s en stichtingen
Vennootschappen (onderworpen aan de vennootschapsbelasting) zijn uitgesloten van de meerwaardebelasting.
Ratione materiae
Het regime vindt toepassing op de meerwaarden die gerealiseerd worden naar aanleiding van de overdracht onder bezwarende titel van financiële activa.
Onder bezwarende titel betekent dat er een tegenprestatie moet zijn, zoals een tegenprestatie in geld, of tenminste op geld waardeerbaar.
Het begrip “financiële activa” moet ruim geïnterpreteerd worden en omvat vier afzonderlijke categorieën.
Het gaat hierbij om
- financiële instrumenten
- bepaalde verzekeringscontracten
- crypto-activa en
- valuta en beleggingsgoud.
Het begrip financiële instrumenten wordt zeer ruim gedefinieerd waar in de toelichting verwezen wordt naar de limitatieve lijst opgenomen in verwijzing naar de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. Artikel 2, 1°, van voornoemde wet bevat een opsomming van de financiële instrumenten.
Ook warrants en aandelenopties vallen onder de noemer ‘financiële instrumenten’.
Belastingtarief meerwaardebelasting
Het belastingtarief bedraagt 10 % voor de meerwaarden op financiële activa gerealiseerd in het algemene kader zoals opgenomen in de nieuwe wettelijke bepaling.
Het stelsel van de meerwaardebelasting voorziet een algemeen en een bijzonder regime:
- het algemene regime voorziet in een aanslagvoet van 10 % van de gerealiseerde meerwaarde, na vrijstelling van een eerste jaarlijkse schijf van 10.000 euro;
- Een bijzonder regime is voorzien voor belastingplichtigen die een “aanmerkelijk belang” aanhouden. Dit bijzondere stelsel geldt wanneer de belastingplichtige minstens 20 % bezit van de rechten in de vennootschap waarvan de aandelen worden overgedragen. Er geldt hier een jaarlijkse vrijstelling van een eerste schijf van meerwaarden ter hoogte van 1.000.000 euro.
Bronheffing
In principe wordt de tussenpersoon (financiële instelling, verzekeringsonderneming, …) aangemerkt als schuldenaar van de roerende voorheffing en moet zij in die hoedanigheid zelf de bronheffing op de meerwaarde die in voorkomend geval bij deze betaling verschuldigd is, inhouden. Er zijn evenwel uitzonderingen mogelijk.
De financiële instelling heeft echter geen zicht op de concrete omstandigheden van de belastingplichtige (bijvoorbeeld of het een transactie van normaal of abnormaal beheer betreft, of er sprake is van een aanmerkelijk belang), wat kan betekenen dat er teveel roerende voorheffing wordt ingehouden. De belastingplichtige zal dan het teveel aan ingehouden roerende voorheffing moeten terugvragen via de belastingaangifte.
Er kan echter toepassing gevraagd worden van de opt-out regeling aan de tussenpersoon. Het is dan aan de tussenpersoon om de fiscus te informeren over de gerealiseerde meerwaarden én over de identiteit van de begunstigde. Zo kan de belastingadministratie controleren of de belastingplichtige deze gegevens correct heeft opgenomen in zijn of haar aangifte.
Overgangsperiode en inwerkingtreding
Er wordt een overgangsregeling ingevoerd die voorziet in een periode van zes maanden (dus vanaf 1/1/2026 tem 30/06/2026) waarin de instellingen de nodige technische en administratieve
voorbereidingen kunnen treffen. Deze regeling houdt in dat voor de eerste zes maanden van het jaar geen wettelijke verplichting geldt tot inhouding van de voorheffing, noch tot het aanbieden van de opt-out-keuze aan de klanten.
In voormelde periode zal de belastingplichtige dus zelf instaan voor de aangifte van gerealiseerde meerwaarden.
Ten laatste vanaf 1 juli 2026 moeten de nodige maatregelen getroffen zijn.
Het wetsontwerp voorziet een inwerkingtreding vanaf 01/01/2026.
Bron : Wet van 6 april 2026 tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa, BS 6 april 2026