Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Nieuwe methode voor de verrekening van het vakantiegeld vanaf 2024? – update

By 31 mei 2024No Comments

De wetgever voorziet dat er vanaf het vakantiejaar 2024 een nieuwe methode om vakantiegeld te verrekenen toegepast moet worden. Dit naar aanleiding van opmerkingen van de inspectiediensten met betrekking tot de huidige methode van verrekening van het enkel vertrekvakantiegeld in één keer in de maand waarin de nieuwe werknemer hoofdvakantie neemt. In die maand ontvangt de nieuwe werknemer weinig of geen loon.

Het Koninklijk Besluit is nu gepubliceerd in het staatsblad.

De nieuwe werkwijze is van toepassing voor de verrekening bij de nieuwe werkgever van het enkel vertrekvakantiegeld dat bedienden ontvangen van een vorige werkgever, maar ook voor de verrekening van het enkel vakantiegeld betaald door het vakantiefonds bij overgang van arbeider naar bediende.

Aan de verrekening van het dubbel vakantiegeld wordt niets gewijzigd.  De verrekening van het dubbel vakantiegeld zal nog steeds op één moment gebeuren, in principe wanneer de werknemer zijn hoofdvakantie opneemt.

Er zou voorzien worden in een verrekening van het enkel vertrekvakantiegeld in twee fases: 

  • Fase 1: in een eerste fase wordt er 90% van het enkel vertrekvakantiegeld verrekend door de nieuwe werkgever en dit telkens als de nieuwe werknemer een wettelijke vakantiedag opneemt. Concreet ontvangt de werknemer voor die vakantiedagen een beperkt dagloon van 10%.
  • Fase 2: in een tweede fase moet er een verrekening plaatsvinden in december of in de maand van uitdiensttreding (strikt genomen mag max. 20% van het loon worden ingehouden en moet de inhouding in principe over twee maanden gespreid worden bij overschrijding, tenzij de bediende zijn uitdrukkelijk akkoord geeft om toch in één keer in te houden).

De bestaande beperking dat de werkgever niet meer vakantiegeld mag verrekenen dan het vakantiegeld dat hij verschuldigd zou zijn geweest indien de bediende tijdens het voorgaande jaar bij hem had gewerkt, blijft van toepassing.

Voorbeeld: bediende die gedurende het vakantiedienstjaar prestaties als arbeider leverde 

Ook bij een verandering van statuut van arbeider naar bediende, vindt een verrekening van het enkel vakantiegeld plaats. In deze situatie ontvangt de arbeider geen vertrekvakantiegeld, maar hij ontvangt nog vakantiegeld van het vakantiefonds voor zijn prestaties als arbeider.

In december, of aan het einde van de arbeidsovereenkomst, moet ook het verschil bepaald worden tussen enerzijds het enkel vakantiegeld dat de werknemer zou hebben ontvangen, mocht de werknemer een volledig jaar in dienst geweest zijn bij de nieuwe werkgever, en anderzijds de som van het ontvangen vakantiegeld van het vakantiefonds na inhouding van 1% solidariteitsbijdrage toegepast op dit bruto vakantiegeld betaald door het vakantiefonds. Een saldo wordt berekend tussen de reeds ontvangen voorschotten van 10% bij de nieuwe werkgever en het ontvangen vakantiegeld van het vakantiefonds.

Een werknemer heeft het hele vakantiedienstjaar als arbeider gewerkt bij werkgever A. Op het uittreksel van zijn vakantierekening staan 240 prestatiedagen met een werkelijk loon aan 108% ten bedrage van 30.000,00 EUR en 10 gelijkgestelde dagen met een fictief loon aan 100% van 1.150,00 EUR. Zijn totale bezoldiging bedraagt 31.150,00 EUR, het brutovakantiegeld 4.790,87 EUR (31.150,00 x 15,38%).

Hij komt in dienst bij werkgever B in de hoedanigheid van bediende en neemt 5 dagen vakantie op in februari 2024. Werkgever B mag 5/20ste van 8/108ste van het bedrag waarop werkgever A bijdragen betaalde in mindering brengen van het brutoloon waarop hij (B) bijdragen moet berekenen, m.a.w. {(5 x 8 x 15.500,00) / (20 x 108)} of 287,04 EUR 90% van het loon van elk van deze 5 dagen aftrekken. De werknemer krijgt in die maand een brutoloon van 3.000,00 EUR – 90% van het loon voor de opgenomen vakantiedagen (voor de opgenomen vakantiedagen wordt dus een voorschot van 10% betaald door de werkgever).

Stel dat het dagloon 150,00 EUR bedraagt. In dat geval zou de werknemer 2.325,00 EUR ontvangen (3.000,00 EUR – 675,00 EUR). 675,00 EUR wordt als uitkomst verkregen door 90% te berekenen op het dagloon van de 5 vakantiedagen aan 150,00 EUR per dag (= 150 x 5 x 0,90).

In december, of aan het einde van de arbeidsovereenkomst moet de afrekening van het vertrekvakantiegeld gebeuren. 

Er wordt daarnaast voorzien in een informatieverplichting ten opzichte van de werknemers:

  • Uitdrukkelijke vermelding van de nieuwe regels op het het vakantieattest vanaf 2024 (hiervoor zou door de sociale partners nog een model uitgewerkt worden);
  • Duidelijke toelichting geven aan de werknemer over de toegepaste berekeningswijze en de regels over de verrekening indien deze daarom verzoekt (elektronisch of op papier);
  • De nieuwe bediende moet via de loonfiche van december (of de maand van uitdiensttreding) geïnformeerd worden over de aangebrachte correcties.

Werkgevers (vb. uitzendkantoren) die momenteel reeds een effectieve verrekening per opgenomen vakantiedag toepasten op basis van de actuele formulering in de wet, kunnen deze werkwijze verder toepassen.

De aanpassingen van het vakantiebesluit hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2023 en zijn voor de eerste keer van toepassing op het vakantiejaar 2024 (vakantiedienstjaar 2023). De nieuwe regels zullen dus voor het eerst toegepast worden vanaf vakantiejaar 2024. Er is bijgevolg geen impact op de verrekeningen in vakantiejaar 2023. 

 

Bron: Koninklijk besluit van 28 september 2023 tot wijziging van de artikelen46, 48 en 49 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, BS 18 oktober 2023. 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.