Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Nieuwe wettelijke regeling m.b.t. inzetbaarheidsbevorderende maatregelen vanaf 1 april 2025

By 31 maart 2025No Comments

Op 1 april 2025 treedt de nieuwe wettelijke regeling met betrekking tot inzetbaarheidsbevorderende maatregelen in werking voor werknemers die bij ontslag door hun werkgever recht hebben op een opzegtermijn van minstens 30 weken.

Ter herinnering

In het kader van de arbeidsdeal heeft de overheid de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen geïntroduceerd om de inzetbaarheid van de ontslagen werknemers op de arbeidsmarkt te verhogen.

Onder inzetbaarheidsbevorderende maatregelen verstaat men elke maatregel, inzonderheid de opleiding en de begeleiding waaraan de werknemer deelneemt, die wordt verstrekt door een professionele dienstverlener en die bedoeld is om de werknemer in staat te stellen zelf binnen een zo kort mogelijke termijn een betrekking bij een nieuwe werkgever te vinden of een beroepsbezigheid als zelfstandige te ontplooien.

De regeling is gericht op ontslagen werknemers (opzeggingstermijn of vergoeding) die recht hebben op een opzeggingstermijn van minstens 30 weken. De opzeggingstermijn wordt omgezet in een ontslagpakket, als volgt samengesteld:

  • Het eerste deel bestaat uit een opzeggingstermijn die 2/3de bedraagt van de bovengenoemde opzeggingstermijn met een minimum van 26 weken.
    • of uit een opzeggingsvergoeding die gelijk is aan het lopend loon met inbegrip van de voordelen verworven krachtens de overeenkomst dat overeenstemt hetzij met de duur van de opzeggingstermijn van dit eerste deel, hetzij met het resterende gedeelte van die termijn.
  • Het tweede deel dat overeenkomt met de opzeggingstermijn gelijk aan het restant van de opzeggingstermijn.
    • of een opzeggingsvergoeding gelijk aan het lopend loon met inbegrip van de voordelen verworven krachtens de overeenkomst dat overeenstemt met de duur van het restant van de opzeggingstermijn.

De maatregelen komen bovenop de algemene outplacementbegeleiding die ook nog steeds van toepassing blijft bij een opzegtermijn van 30 weken.

De inzetbaarheidsbevorderende maatregelen zijn niet van toepassing voor werknemers die een transitietraject volgen of ontslagen worden in het kader van een herstructurering.

Budget

Oorspronkelijk was voorzien in een budget dat overeenstemde met het bedrag van werkgeversbijdragen berekend op het tweede deel van de opzeggingstermijn. Met de wet van 14 mei 2024 werd dit aangepast zodat elke werknemer die valt onder het toepassingsgebied recht heeft op een forfaitair budget van 1.800 euro met het oog op het volgen en bekostigen van inzetbaarheidsbevorderende maatregelen.

Aanvraag terugbetaling

De werknemer die het budget wil opnemen moet daarvoor een aanvraag in bij de RVA op basis van het door de RVA ter beschikking gestelde formulier (nog niet beschikbaar).

De terugbetaling vanuit de RVA heeft uitsluitend betrekking op inzetbaarheidsbevorderende maatregelen die werden gevolgd in de periode die een einde neemt op de laatste dag van het tweede kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin ofwel de effectieve einddatum van de opzeggingstermijn, ofwel de einddatum van de periode gedekt door de opzeggingsvergoeding, is gelegen.

Om volledig te zijn dient de aanvraag de volgende stukken te bevatten:

  • een omstandige beschrijving van de gevolgde inzetbaarheidsbevorderende maatregelen en een verklaring, ondertekend door de begunstigde, dat de gevolgde maatregelen effectieve stappen naar een betrekking bij een nieuwe werkgever of de ontplooiing van een beroepsbezigheid als zelfstandige hebben beoogd;
  • het bewijs van het effectief en volledig gevolgd hebben van de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen;
  • een overzicht van de kosten van de gevolgde inzetbaarheidsbevorderende maatregelen en een bewijs van de effectieve betaling daarvan;
  • de financiële rekening waarop deze kosten dienen te worden terugbetaald aan de begunstigde;
  • de naam en voornaam van de werknemer, zijn adres en zijn INSZ nummer;
  • de naam van de werkgever, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;
  • de naam van de dienstverlener, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;

De aanvraag tot terugbetaling moet bij de RVA toekomen uiterlijk op de laatste dag van het derde kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin ofwel de effectieve einddatum van de opzeggingstermijn, ofwel de einddatum van de periode gedekt door de opzeggingsvergoeding, is gelegen.

Indien de RVA van oordeel is dat de aanvraag tot terugbetaling onvolledig is, stuurt hij deze binnen de maand na ontvangst terug met vermelding van alle ontbrekende documenten en inlichtingen.
Het dossier moet behoorlijk aangevuld bij de RVA toekomen binnen een termijn van één maand ingaand de dag volgend op deze waarop de RVA de aanvraag terugzond.

Weigering RVA

De RVA kan de aanvraag tot terugbetaling geheel of gedeeltelijk weigeren indien hij vaststelt dat:

  • de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen niet beantwoorden aan de voorwaarden;
  • de aanvraag onvolledig is en niet werd vervolledigd binnen de hierboven voorziene termijn;
  • de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen niet effectief en volledig werden gevolgd door de werknemer;
  • de inzetbaarheidsbevorderende maatregel werden gevolgd buiten de hierboven vermelde periode;
  • de aanvraag tot terugbetaling werd ingediend buiten de hierboven vermelde termijn, tenzij de begunstigde aantoont dat hij zich wegens een situatie van overmacht in de onmogelijkheid bevond om tijdig de aanvraag in te dienen.

De beslissing tot weigering wordt bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de begunstigde en van de werknemer indien hij niet de begunstigde is.

Inwerkingtreding

De nieuwe bepalingen zijn van toepassing op de ontslagen vanaf de datum van inwerkingtreding, zijnde 1 april 2025.

 

Bron: Wet van 15 mei 2024 tot wijziging van het sociaal strafrecht en diverse bepalingen van het arbeidsrecht, BS 21 juni 2024; Koninklijk besluit van 12 juni 2024 tot uitvoering van artikel 7, § 1, lid 3, zh), en § 1 nonies
van het koninklijk besluit van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en betreffende de procedure voor de terugbetaling van inzetbaarheidsbevorderende maatregelen, BS 21 juni 2024; Koninklijk besluit van 12 juni 2024 tot wijziging van artikel 38, § 3vicies bis van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, BS 21 juni 2024.

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.