In het kader van het Paasakkoord wordt er voorzien in een versterking van de structurele lastenvermindering van patronale bijdragen voor de (zeer) lage en middenlonen.
De RSZ heeft onder voorbehoud van publicatie de nieuwe formules reeds meegedeeld.
Vanaf Q2 2025:
Rcategorie 1 = 0,1400 x (11.233,89 – S) + 0,2100 x (8.400,00 – S); (algemene categorie)
Rcategorie 2 = 79,00 + 0,2300 x (9.780,00 – S) + 0,1500 x (9.780,00 – S) + 0,0600 x (W – 16.474,49); (categorie sociale maribel)
Rcategorie 3 met loonmatiging = 0,1400 x (12.172,63 – S) + 0,2100 x (8.400,00 – S); (categorie erkende beschutte werkplaats, werknemers met loonmatiging)
Rcategorie 3 zonder loonmatiging = 495,00 + 0,1785 x (11.557,16 – S) + 0,2100 x (8.400,00 – S). (categorie erkende beschutte werkplaats, werknemers zonder loonmatiging)
Vanaf Q3 2025
Rcategorie 1 = 0,1400 x (11.233,89 – S) + 0,1500 x (9.360,00 – S); (algemene categorie)
Rcategorie 2 = 79,00 + 0,2300 x (9.780,00 – S) + 0,1500 x (9.780,00 – S) + 0,0600 x (W – 16.474,49); (categorie sociale maribel)
Rcategorie 3 met loonmatiging = 0,1400 x (12.172,63 – S) + 0,1500 x (9.360,00 – S); (categorie erkende beschutte werkplaats, werknemers met loonmatiging)
Rcategorie 3 zonder loonmatiging = 495,00 + 0,1785 x (11.557,16 – S) + 0,1500 x (9.360,00 – S). (categorie erkende beschutte werkplaats, werknemers zonder loonmatiging)
De meegedeelde parameters zijn onder voorbehoud van publicatie.
Bron: RSZ – Tussentijdse instructies – 2025/1.