In het Vlaams regeerakkoord 2024 – 2029 werd de volgende ambitie opgenomen: We evalueren de diverse arbeidsmarktmaatregelen en structuren en houden daarbij rekening met de noden van de arbeidsmarkt. Waar nodig worden ze hervormd of stopgezet, zoals een aantal projectsubsidies en premies.
Vervroegde stopzetting doelgroepvermindering oudere “zittende” werknemers
De overgangsregeling die bepaalt dat werkgevers van oudere werknemers die op 30 juni 2024 omwille van hun leeftijd van minstens 62 jaar recht geven op een doelgroepvermindering, van dit voordeel kunnen blijven
genieten, wordt gewijzigd. De doelgroepvermindering zal een einde nemen op 30 juni 2025 (Q2 2025) in de plaats van 30 juni 2028 (zoals eerst voorzien was).
Vanaf het derde kwartaal van 2025 (01/07/2025) zal deze vermindering bijgevolg niet meer toegepast kunnen worden.
Opheffing van de sectorale doelgroepvermindering voor huispersoneel
De sectorale korting voor dienstbodes en huispersoneel werd geschrapt vanaf 1 januari 2025.
Volgens de toelichting van de overheid kon het effect hiervan onvoldoende aangetoond worden. Bovendien zou er met de dienstencheques een alternatief om arbeid en gezin beter te combineren. Ook het beperkte aantal VTE’s verantwoordt een stopzetting van de maatregel.
Stopzetting SINE in Vlaanderen
Sinds 1 juli 2023 geldt de nieuwe regelgeving van individueel maatwerk. Er kon bijgevolg geen nieuwe aanvraag meer ingediend worden om erkend te worden als SINE-werkgever. Er werden in dat kader wel overgangsmaatregelen voorzien voor een periode van maximum 2 jaar. De einddatum van deze overgangsmaatregelen is 30/06/2025.
Stopzetting maatregel Derde Arbeidscircuit (DAC)
De maatregel Derde Arbeidscircuit (DAC) kwam begin jaren 80 tot stand met het oog op directe jobcreatie. Bedoeling was om de vele structurele werklozen (meestal laaggeschoolden) tewerk te stellen voor activiteiten in de niet-commerciële sector met als einddoel door te stromen naar een reguliere tewerkstelling zonder directe overheidssubsidies. De vrijgekomen plaats kon dan opnieuw worden ingenomen.
Na verloop van jaren werd vastgesteld dat vele DAC-werknemers niet doorstroomden. De maatregel werd reeds in uitdoof gezet maar aan het huidige uitdooftempo zal de laatste DAC’er maar in 2055 op pensioen gaan.
De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om voor DAC-werknemers een opheffings-en een vergoedingsregeling uit te werken.
De loonsubsidie voor de tewerkstelling van werknemers met een DAC-statuut wordt stopgezet met ingang van 1 oktober 2025.
Van iedere werkgever wordt verwacht dat men uiterlijk op 30 september 2025 per aangetekende brief de beslissing aan het Departement kenbaar maakt. Dit houdt in dat de werkgever kenbaar maakt of hij de werknemer met een DAC-statuut met eigen middelen al dan niet in dienst kan of wenst te houden in een regulier contract. Het Departement zal aan elke DAC-werkgever een nominatieve lijst bezorgen van zijn werknemers met een DAC-statuut.
Wanneer de werkgever de werknemer met een DAC-statuut niet met eigen middelen in dienst kan of wenst te houden, betekent hij het ontslag aan de werknemer met een DAC-statuut uiterlijk op 30 september 2025. In dat geval zijn er 2 opties. Wanneer de werknemer zijn opzegtermijn vervolledigt via werken zal het Departement de loonsubsidie aan de werknemers met een DAC-statuut moeten blijven betalen tijdens de periode van de opzegtermijn, op voorwaarde dat deze opzegtermijn effectief gepresteerd wordt. Het Departement zal dit controleren in de loontoepassing en bij onduidelijkheid de werkgever bevragen. Indien de werknemer de opzegtermijn niet presteert, moet de werkgever de verbrekingsvergoeding betalen.
Wanneer de werkgever de werknemer met een DAC-statuut ontslaat en deze na afloop van de gepresteerde opzegtermijn opnieuw aanwerft, zal de loonsubsidie die het Departement aan de werknemer met een DAC-statuut heeft betaald tijdens de opzegtermijn, omwille van een vermoeden van onrechtmatig gebruik teruggevorderd worden van de werkgever. Hiervoor kunnen de controle-instrumenten van de Vlaamse sociale inspectie worden ingezet.
Stopzetting van de maatregel gesubsidieerde contractuelen (GESCO’s)
De maatregel gesubsidieerde contractuelen dateert van het einde van de jaren 80. Deze tewerkstellingsmaatregel voorzag in gesubsidieerde tewerkstelling in de niet-commerciële sector met als doel om door te stromen naar reguliere tewerkstelling, waarbij de vrijgekomen plaats opnieuw kon worden ingenomen. In de praktijk bleef de persoon veelal in dienst. De maatregel werd al eerder in uitdoof gezet maar aan het huidige uitdooftempo zou de laatste gesubsidieerde contractueel uiterlijk in 2052 op pensioen gaan.
Met ingang van 1 februari 2025 kunnen werkgevers geen bestaande gesco-werknemers meer vervangen.
Er wordt voorzien in de opheffing van de gesco-regelgeving op 1 juli 2025.
Dit heeft tot gevolg dat de premie niet langer zal worden uitbetaald door het Departement Werk en Sociale Economie. Ook wordt op 1 juli 2025 de vermindering van de werkgeversbijdragen via RSZ stopgezet.
Bron: Programmadecreet bij de begroting 2025, BS 20 december 2024; Ontwerp van Besluit van de Vlaamse Regering over de opheffing van de DAC-regeling en
de opheffing van de doelgroepvermindering van gesubsidieerde contractuelen.