Een nieuwe wind voor wie zelf ontslag neemt
Sinds 1 maart 2026 is er een belangrijke versoepeling van kracht voor werknemers die er voor kiezen hun arbeidsovereenkomst op te zeggen. Waar ontslag nemen voorheen vrijwel altijd leidde tot een onmiddellijke uitsluiting of tijdelijke schorsing van werkloosheidsuitkeringen, biedt de wetgever nu onder bepaalde voorwaarden een vangnet. Dit nieuwe mechanisme staat bekend als het ‘recht op doorstart’ (voorheen ook wel de ’trampolinepremie’ genoemd). Hoewel het algemene principe blijft dat men onvrijwillig werkloos moet zijn om recht te hebben op een uitkering, opent deze versoepeling de deur naar een eenmalige uitzondering tijdens de loopbaan.
Voorwaarden en duur van het recht op doorstart
Het recht op doorstart is niet onvoorwaardelijk en wordt niet automatisch door de RVA toegekend. De werknemer moet dit zelf aanvragen.
De volgende voorwaarden moeten vervuld zijn :
Eenmalig karakter: een werknemer kan slechts één keer tijdens diens volledige professionele loopbaan een beroep doen op het recht op doorstart.
Beroepsverleden: De werknemer moet op het moment van het ontslag een beroepsverleden van minstens tien jaar (of 3.120 arbeidsdagen) kunnen aantonen.
Beperkte duur: De uitkering wordt in principe voor maximaal zes maanden toegekend. Deze periode kan echter worden verlengd tot maximaal twaalf maanden als de werkloze binnen de eerste drie maanden start met een opleiding voor een knelpuntberoep en deze succesvol afrondt. Welk beroep beschouwd wordt als een knelpuntberoep in Vlaanderen, vind je hier terug.
Resterend recht: Als het resterende recht op uitkeringen (het recht op uitkeringen wordt immers in de tijd beperkt, van minimaal 12 tot maximaal 24 maanden) na een eerdere tewerkstelling minder dan zes maanden bedraagt, wordt het recht op doorstart tot die kortere periode beperkt.
De werknemer moet zich er wel bewust van zijn, dat de gewone regels met betrekking tot het verkrijgen van een werkloosheidsuitkering van toepassing blijft. Zo blijft de voorwaarde van beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt gelden, m.a.w. de werkloze moet ingaan op werkaanbiedingen en kan worden opgeroepen door de VDAB.
Bron : Programmawet van 18 juli 2025, BS 29 juli 2025