Ter herinnering
Sinds 01/09/2024 is er een uitbreiding van de aanwezigheidsregistratie voor onderhouds- en/of reinigingsactiviteiten van onroerende goederen voor rekening van een derde partij.
Er wordt daarbij voorzien dat op elke arbeidsplaats waar onderhouds- en/of reinigingsactiviteiten van onroerende goederen worden verricht, de aanwezigheid én de rustpauzes van elke natuurlijke persoon geregistreerd moeten worden ( vb. de personen verbonden door een leerovereenkomst, de stagiairs, de leerlingen en studenten, zelfstandigen en hun helpers,….) door middel van een:
- registratiesysteem (gegevensbank, een registratieapparaat en een registratiemiddel);
- of door een andere automatische registratiewijze (de waarborgen waaraan deze registratiewijze moet beantwoorden om gelijkgesteld te worden met het registratiesysteem werden vastgesteld bij KB).
Als het contract met de eindklant onderhouds- en/of reinigingsactiviteiten van onroerende goederen betreft, moet men deze aangeven indien onderstaande drempelbedragen worden overschreden.
| Werken | Drempelbedrag |
| Zonder onderaannemer | >30.000 euro |
| 1 onderaannemer | >5.000 euro |
| 2 of meer onderaannemers | / |
De RSZ voorziet hiervoor de applicatie “Check in and Out at work” (niet te verwarren met de applicatie “Check in at work“ die geldt voor de andere sectoren).
Volgende gegevens moeten daarbij worden geregistreerd:
- de identificatiegegevens van de natuurlijke persoon;
- het adres of de geografische omschrijving van de arbeidsplaats;
- de hoedanigheid waarin een natuurlijke persoon zich bevindt op de arbeidsplaats (werknemer, een zelfstandige, een gedetacheerde werknemer, een gedetacheerde zelfstandige, een aannemer of een onderaannemer);
- de identificatiegegevens van de werkgever, wanneer de natuurlijke persoon een werknemer is;
- wanneer de natuurlijke persoon een zelfstandige is, de identificatiegegevens van de natuurlijke persoon of rechtspersoon in wiens opdracht een werk wordt verricht;
- het tijdstip van de registratie van aankomst op de arbeidsplaats en dat van vertrek van de arbeidsplaats evenals rustpauzes.
De RSZ heeft hieromtrent een FAQ gepubliceerd op haar website.
In de reglementering is expliciet voorzien dat in het kader van uitzendarbeid de verplichtingen inzake aanwezigheidsregistratie die berusten bij de werkgever ten laste zijn van de klant-gebruiker.
Zie ook “Uitbreiding van de aanwezigheidsregistratie in de schoonmaaksector – update”.
Sectorale kostenvergoeding
In PC 121 voorziet een sectorale cao in de toekenning ten laste van de werkgever van een forfaitaire vergoeding van 7 euro per maand ter compensatie van het gebruik van de privésmartphone van de werknemer en de gebruikte dataruimte in het kader van de wettelijke verplichting van aanwezigheidsregistratie.
Indien de aanwezigheidsregistratie niet via een applicatie op een smartphone gebeurt, zal deze vergoeding ook verschuldigd zijn bij regelmatig gebruik van de privésmartphone op vraag van de werkgever in het kader van de dienstbetrekking, al dan niet met gebruik van door de werkgever ter beschikking gestelde applicaties.
Vanaf 30 kalenderdagen afwezigheid is geen vergoeding verschuldigd.
Sancties
Het niet-naleven van de verplichtingen in het kader van de aanwezigheidsregistratie worden bestraft met een sanctie van niveau 1 of 3 naargelang het geval (vermenigvuldiging met aantal betrokken werknemers).
Om ondernemingen in staat te stellen aan de nieuwe wettelijke vereisten te voldoen, werd aangekondigd dat de inspectiediensten de gebruikers begeleiden tot 31/12/2024. Tijdens deze sensibiliseringsperiode worden er geen sancties opgelegd, behalve in geval van fraude.
Voormelde sensibiliseringsperiode liep normaal gezien af op 31/12/2024, maar werd ondertussen verlengd tot 30/04/2025.
Bron: https://www.socialsecurity.be/site_nl/employer/applics/check-in-and-out-at-work/index.htm.