De in het Sociaal Strafwetboek voorziene sancties bestonden in het verleden voornamelijk uit geldboetes en eventuele gevangenisstraffen.
Er wordt voorzien in een uitbreiding van de sancties door de invoering van alternatieve straffen die de rechter afhankelijk van het sanctieniveau in de toekomst kan opleggen.
| Sancties | |
| niveau 1 | 100 – 1.000 euro administratieve geldboete |
| niveau 2 | 250 – 2.500 euro administratieve geldboete 500 – 5.000 euro strafrechtelijke geldboete
Probatiestraf 6-12 maanden Werkstraf (20 – 120 uren) Geldstraf voor verwachte of uit misdrijf behaalde voordeel |
| niveau 3 | 1.000 – 10.000 euro administratieve geldboete 2.000 – 20.000 strafrechtelijke geldboete
Probatiestraf 6-12 maanden Werkstraf (20 – 120 uren) Geldstraf voor verwachte of uit misdrijf behaalde voordeel |
| niveau 4 | 3.000 – 35.000 euro administratieve geldboete 6.000 – 70.000 strafrechtelijke geldboete Gevangenisstraf mogelijk (6 maanden tot 3 jaar) Probatiestraf (12 – 24 maanden) Werkstraf mogelijk (120 – 300 uur) Combinatie van gevangenisstraf, elektronisch toezicht, probatiestraf, werkstraf met strafrechtelijke geldboete |
Daarnaast worden straffen in de vorm van een exploitatieverbod, beroepsverbod of bedrijfssluiting ook mogelijk in meer situaties
De verjaringstermijn voor het opleggen van administratieve geldboetes wordt ook verlengd tot 10 jaar (ipv 5 jaar).
Voor slachtoffers van mensenhandel bij zwartwerk wordt een uitzondering voorzien zodat wanneer zij als gevolg van uitbuiten zwart werk uitvoeren.
Inwerkingtreding
De hierboven vermelde nieuwigheden zullen nog niet onmiddellijk in werking treden. De inwerkingtreding is namelijk gekoppeld aan het moment waarop het nieuwe gemeen strafwetboek in werking treedt (uitgesteld naar 1 september 2026).
Bron: Wet van 16 maart 2026 tot wijziging van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, van het Sociaal Strafwetboek en van verscheidene bepalingen van het sociaal strafrecht, BS 1 april 2026.