In ons artikel “De tewerkstelling van minderjarige studenten en de startbaanverplichting” werd reeds meegedeeld dat de minimumleeftijd voor het tewerkstellen van studenten verlaagd werd naar 15 jaar ongeacht of zij nog voltijds leerplichtig zijn. Er werden wel specifieke voorwaarden gekoppeld aan de tewerkstelling van studenten vanaf 15 jaar, met name dat er sprake is van “lichte arbeid”.
Een KB moest nog vastleggen welke vormen van “lichte arbeid” in dit kader mocht worden verricht door minderjarigen van vijftien jaar die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht. Bij gebrek aan KB kon er nog geen toepassing gemaakt worden van deze nieuwe regeling.
De NAR had hieromtrent ook reeds een advies uitgebracht, maar er kon geen overeenstemming bereikt worden binnen de Raad over de lijst van toegelaten activiteiten.
Een KB heeft nu vastgelegd wat er onder “lichte arbeid” moet worden verstaan, met name: niet-industriële arbeid van lichte aard.
Hiermee worden de volgende werkzaamheden bedoeld die geen specifieke scholing vergen en die niet worden verricht met of aan mechanische arbeidsmiddelen:
- Hulp aan onthaal en aangestelde in een vestiaire;
- Vakkenvuller;
- Verkoopsassistent in kleinhandelszaken;
- Logistieke activiteiten, zijnde: ontvangst, opslag, weging, verpakking, etikettering, voorbereiding van bestellingen, beheer van voorraden of verzending van grondstoffen, goederen of producten;
- Lichte schoonmaaktaken, zijnde taken die een lage fysieke belasting met zich meebrengen, weinig kracht vereisen en van korte duur zijn waaronder afstoffen, afwassen, stofzuigen of dweilen van kleine ruimtes, prullenbak legen, ramen wassen op handhoogte, sanitair licht reinigen;
- Lichte organisatorische activiteiten in de zorgsector, zijnde: bedelen en afruimen van maaltijden en dranken.
Er werd daarbij verduidelijkt dat activiteiten geen afbreuk mogen doen aan de veiligheid, gezondheid of ontwikkeling van de betrokken studenten.
Daarnaast mogen deze activiteiten hun regelmatig schoolbezoek, hun deelname aan door de bevoegde overheid goedgekeurde programma’s voor beroepskeuzevoorlichting of beroepsopleiding, noch hun mogelijkheden om ten volle te profiteren van het verstrekte onderwijs, niet belemmeren.
Gelet op het KB kunnen minderjarige studenten vanaf 15 jaar voortaan ingeschakeld worden in het kader van “lichte arbeid” rekening houdend met de overige voorwaarden:
- De arbeidsduur is beperkt tot 2 uur per schooldag en 12 uur per week voor arbeid buiten schooltijd tijdens de schoolperiode. In geen geval mag per dag langer dan 8 uur worden gewerkt. Tijdens een periode van minstens een week zonder schoolactiviteit mag acht uur per dag en veertig uur per week gewerkt worden. Wanneer de betrokken minderjarige bij meerdere werkgevers in dienst is, worden de arbeidsdagen en arbeidsuren bij elkaar opgeteld;
- Het is verboden om de betrokken minderjarige overwerk te doen verrichten;
- Het is verboden om de betrokken minderjarige arbeid te laten verrichten tussen 20 uur en 6 uur;
- De betrokken minderjarige mag niet meer dan vier en een half uur ononderbroken arbeid verrichten. Wanneer de arbeidstijd op een dag meer dan vier en een half uur bedraagt, wordt een half uur rust gegeven. Bedraagt hij meer dan zes uur, dan duurt de rusttijd een uur, waarvan een half uur ineens moet worden genomen;
- De tijd tussen de beëindiging en de hervatting van de arbeid moet uit ten minste veertien opeenvolgende uren rust bestaan;
- Het is verboden om de betrokken minderjarige te werk te stellen op zon- of feestdagen;
- Buiten de zondagsrust moet aan de betrokken minderjarige een bijkomende rustdag worden toegekend, onmiddellijk volgend op of voorafgaand aan de zondag.
De nieuwe regeling treedt in werking 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Bron: KB van 19/04/2026 tot bepaling van het begrip lichte arbeid als bedoeld in artikel 7.15 van de arbeidswet van 16 maart 1971, BS 4 mei 2026.