Vanaf 2024 wordt er voorzien in een uitbreiding van het toepassingsgebied en een verhoging van de bijdragepercentages van de bijzondere activeringsbijdrage.
De maatregel was oorspronkelijk bedoeld om werkgevers te ontmoedigen hun werknemers van minder van 60 jaar volledig vrij te stellen van prestaties gedurende een volledig kwartaal. Voortaan zal de activeringsbijdrage echter ook verschuldigd zijn indien de werknemers prestaties leveren die overeenkomen met minder dan een derde van de wekelijkse arbeidstijd van de voltijdse werknemers van dezelfde categorie in het bedrijf.
Bijzondere activiteringsbijdrage
Begin 2018 werd er een bijzondere activeringsbijdrage ingevoerd voor werkgevers die hun werknemers van een bepaalde leeftijd (met een al dan niet verminderd loon) vrijstellen van prestaties om zo de strikte voorwaarden van SWT (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag) te omzeilen.
De activeringsbijdrage is verschuldigd voor de werknemers die geen enkele prestatie leveren tijdens een volledig kwartaal bij dezelfde werkgever, met uitzondering van de wettelijke volledige schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (ziekte, ongeval, tijdskrediet, thematische verlof,….) en in het geval van vrijstelling van prestaties tijdens de opzeggingsperiode.
Voortaan is de bijdrage dus ook verschuldigd indien de werknemers prestaties leveren die overeenkomen met minder dan een derde van de wekelijkse arbeidstijd van de voltijdse werknemers van dezelfde categorie in het bedrijf.
De bijdrage is verschuldigd tot op het ogenblik waarop het recht van de werknemer om met pensioen te gaan zich opent.
Percentage afhankelijk van de leeftijd
Het percentage van de bijdrage is afhankelijk van de leeftijd van de werknemer op het ogenblik waarop de werkgever hem van elke prestatie vrijstelt.
De bijdrage wordt berekend op het brutokwartaalloon met een minimumbedrag afhankelijk van de leeftijd van de werknemer bij het begin van de vrijstelling van prestaties.
| Leeftijd aan het begin van de inactiviteitsperiode | Percentage van het kwartaalloon | Minimale kwartaalbijdrage | |
| Tot en met 31.12.2023 | Vanaf 01.01.2024 | ||
| < 55 jaar | 20% | 50% | 300,00 € |
| ≥ 55 en < 58 jaar | 20% | 50% | 300,00 € |
| ≥ 58 en < 60 jaar | 20% | 50% | 300,00 € |
| ≥ 60 en < 62 jaar | 15% | 45% | 225,60 € |
| ≥ 62 jaar | 10% | 40% | 225,60 € |
De activeringsbijdrage is niet verschuldigd op een ontslagpremie of een gouden handdruk.
Uitsluiting/ vermindering
Indien de werknemer gedurende de periode van vrijstelling van prestaties de verplichting had om gedurende de vier eerste kwartalen een outplacementbegeleiding te volgen van 60 uur overeenkomend met de
waarde van een twaalfde van de jaarlijkse bezoldiging voor het kalenderjaar voorafgaand aan de vrijstelling van prestaties en met een minimumwaarde van 1.800 euro en een maximumwaarde van 5.500 euro,
en die beantwoordt aan de kwaliteitscriteria (=outplacementcriteria) , bepaald in artikel 11/4 van de wet van 5 september 2001 tot verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers, dan worden de percentages voor de periode van de vier betrokken kwartalen met 40% verlaagd.
Als werkgever moet je aan de FOD WASO het bewijs kunnen leveren dat de outplacementbegeleiding werd gevolgd.
| Leeftijd bij aanvang van de vrijstelling van arbeidsprestaties | Verminderde bijdrage (-40 %) |
| vóór 60 jaar | 30% min. 300 euro |
| vanaf 60 jaar maar vóór 62 jaar | 27% min. 225,60 euro |
| vanaf 62 jaar | 24% min. 225,60 euro |
Indien de werknemer tijdens de eerste vier kwartalen van de vrijstelling van prestaties de outplacementbegeleiding daadwerkelijk heeft gevolgd of een verplichte door de werkgever georganiseerde opleiding heeft gevolgd waarvan de prijs minstens 20 % van het brutojaarloon vóór de vrijstelling van prestaties bedraagt, dan is de activeringsbijdrage niet verschuldigd.
Strafbijdrage
Indien je als werkgever deze activeringsbijdrage verschuldigd bent voor minstens 10% van je werknemers stijgen de percentages met 25%.
De RSZ bepaalt voor welke werkgevers de verhoogde bijdrage geldt, informeert hen en berekent het bedrag dat ze moeten betalen.
| Leeftijd aan het begin van de vrijstelling van prestaties | Percentage van het loon – percentage + 25% | Percentage van het loon – percentage – 40% en dan vermeerderd |
| < 55 jaar | 62,50% min. 375 euro | 37,50% min. 375 euro |
| ≥ 55 en < 58 jaar | 62,50% min. 375 euro | 37,50% min. 375 euro |
| ≥ 58 en < 60 jaar | 62,50% min. 375 euro | 37,50% min. 375 euro |
| ≥ 60 en < 62 | 56,25% min. 282 euro | 33,75% min. 282 euro |
| ≥ 62 jaar | 50% min. 282 euro | 30% min. 282 euro |
Inwerkingtreding
De verhoogde en uitgebreide activeringsbijdrage is van toepassing vanaf het eerste kwartaal van 2024.
De wet voorziet geen overgangsregeling wat betekent dat de verhoogde bijdrage van toepassing is op lopende gevallen.
Bron: Programmawet van 23/11/2023, BS 29 december 2023.