Met de circulaire van 29 maart 2024 heeft de fiscus gemeld dat voor het bekomen van de fiscale vrijstelling de bedragen van de fietsvergoeding of van het voordeel van de bedrijfsfiets voortaan in hun totaliteit vermeld moeten worden op de fiscale fiches.
De belastingplichtige mag ook zijn werkelijke beroepskosten niet bewijzen in de aangifte personenbelasting indien deze wil genieten van de belastingvrijstelling.
Het is bij de vestiging van de belasting (aangifte personenbelasting) dat er door de fiscus zal worden vastgesteld of de belastingplichtige al dan niet aanspraak heeft gemaakt op de werkelijke of forfaitaire beroepskosten, en dat bijgevolg de fietsvergoeding of het voordeel van de bedrijfsfiets al dan niet volledig belastbaar is.
Het voordeel alle aard van de bedrijfsfiets moet worden vastgesteld volgens de werkelijke waarde bij de verkrijger.
Meer info hierover in het artikel “Fiscus verduidelijkt vrijstelling fietsvergoeding en voordeel alle aard voor de terbeschikkingstelling van een bedrijfsfiets“.
Wat is echter de waarde van de fiets als de fiets bij de werkgever reeds volledig afgeschreven is?
De economische levensduur van een bedrijfsfiets doet geen afbreuk aan voormelde regels. Ook bij een volledige afschrijving zal de werknemer nog steeds een voordeel halen uit de terbeschikkingstelling van die bedrijfsfiets.
Om de werkelijke waarde van het voordeel vast te stellen wanneer de fiets volledig afgeschreven is, mag de werkgever rekening houden met de feitelijke omstandigheden op dat ogenblik, zodat het overeenstemt met de door de werknemer gerealiseerde besparing.
Bron: Schriftelijke vragen en antwoorden, QRVA 56-007, 2 februari 2025, vraag nr. 122 van Wouter Vermeersch, Parl. St. 2024-25, 106-107.