Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Vervolg groener bedrijfswagenpark vanaf 1/1/2025

By 29 november 2024No Comments

Op 3 december 2021 werd de wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad inzake de fiscale vergroening van de mobiliteit.

De wetgever heeft verspreid een aantal maatregelen ingevoerd om tegen 2026 een broeikasgasvrij wagenpark te hebben. De maatregelen werden gespreid ingevoerd.

Voor personenwagens op fossiele brandstof aangeschaft voor 1 juli 2023 blijft de huidige fiscale aftrekregeling van toepassing blijven. Momenteel zijn de auto- en brandstofkosten minimaal voor 50% aftrekbaar (40% voor wagens met CO2-uitstoot vanaf 200 gr/km en voor wagens zonder gekende CO2-uitstoot) en voor maximaal 100% aftrekbaar

Op 1/1/2025 dringen de volgende aanpassingen zich op voor personenwagens op fossiele brandstof aangeschaft tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025. Voor verduidelijking van het begrip “aanschaffen” verwijzen we graag naar ons vorig artikel “Fiscale vergroening van de mobiliteit – circulaire verduidelijkt

1. Wijzigingen op fiscaal vlak

Vanaf inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) valt de ondergrens van 40% en 50% weg. De kosten verbonden aan wagens zonder gekende CO2-uitstoot zijn vanaf dan niet langer aftrekbaar.

Voor wagens die CO2 uitstoten, evolueert deze maximale aftrekbaarheid van de auto- en brandstofkosten als volgt:

  • 75% aftrekbaar vanaf inkomsten 2025;
  • 50% aftrekbaar vanaf inkomsten 2026;
  • 25% aftrekbaar vanaf inkomsten 2027;
  • 0% aftrekbaar vanaf inkomsten 2028.

Het niet aftrekbare deel van de kosten vormt een verworpen uitgave en is onderworpen aan 25% vennootschapsbelasting.

2. Impact sociale zekerheid – CO2-solidariteitsbijdrage

De werkgever moet maandelijks een CO²-bijdrage betalen als deze aan zijn werknemers een bedrijfswagen toekent die zij ook voor niet beroepsdoeleinden mogen gebruiken (vb. woon-werk verplaatsingen, ander privégebruik,..).

Deze CO²-bijdrage is gebaseerd op het CO²-uitstootgehalte van de bedrijfswagen en het brandstoftype van de wagen in kwestie.

Voor wagens die een werkgever aanschaft vanaf 1 juli 2023 komt er een verhoging van de CO2- solidariteitsbijdrage. Het resultaat van de berekening moet dan nog vermenigvuldigd worden met een factor:

  • 2,75 vanaf 1 januari 2025;
  • 4,00 vanaf 1 januari 2026;
  • 5,50 vanaf 1 januari 2027.

Daarnaast wordt ook het minimumbedrag (niet-geïndexeerd bedrag) van de CO2-solidariteitsbijdrage geleidelijk aan verhoogd:

  • 23,41 EUR vanaf 1 januari 2025;
  • 25,99 EUR vanaf 1 januari 2026;
  • 28,57 EUR vanaf 1 januari 2027;
  • 31,15 EUR vanaf 1 januari 2028.

3. Investeringsaftrek voor koolstofemissievrije vrachtwagens en elektrische laadinfrastructuur

Voor ondernemingen die een koolstofemissievrij vrachtwagen (in nieuwe staat) aanschaffen, een tankinfrastructuur voor waterstof of een elektrisch laadstation installeren, zal een verhoogde investeringsaftrek gelden. Het tarief bedraagt:

    • 24% in 2025;
    • 18,5% in 2026;
    • 13,5% in 2027.

4. Andere recente wijzigingen

Kostenaftrek

Vanaf 1 september 2024 bedraagt de kostenaftrek  van toepassing op ondernemingen die tussen 1 januari 2023 en 31 augustus 2024 investeren in een publiek toegankelijke laadstation terug 100 % (i.p.v. 150%).

Deze laadinfrastructuur moet publiek toegankelijk en openbaar zijn.

Het moet bovendien gaan om een intelligent laadsysteem (deze kunnen opgevolgd worden en staan onder andere toe om de start en de duurtijd van het opladen te beheren).

De bijkomende kosten die samen met het laadstation worden afgeschreven, maken deel uit van die aanschaffingswaarde. Dat geldt bv. voor de kosten voor bekabelingswerken. Ook de kosten met betrekking tot een elektriciteitscabine die nodig is voor de werking van de laadstations komen in aanmerking voor de kostenaftrek.

Belastingvermindering

Vanaf 1 september 2024 bedraagt de belastingvermindering voor een particulier 15 % voor de investering van een laadstation thuis.

De belastingvermindering wordt verleend voor de uitgaven die de belastingplichtige heeft betaald voor de aankoop en plaatsing van een laadstation op het adres waar hij zijn woonplaats gevestigd heeft. Het moet gaan om de (fiscale) woonplaats op 1 januari van het aanslagjaar waarvoor de belastingvermindering wordt gevraagd en dus niet noodzakelijk op het tijdstip van de plaatsing van de laadpaal of de betaling.

De beoogde uitgaven zijn eerst en vooral de uitgaven voor de aankoop van een laadstation in nieuwe staat en de plaatsing ervan. De uitgaven moeten verplicht ook uitgaven voor de plaatsing van het laadstation omvatten. Een door de belastingplichtige zelf geplaatst laadstation komt niet in aanmerking voor de belastingvermindering.
Uitgaven voor de verzwaring van de elektriciteitsinstallatie van één naar drie fasen in het kader van de installatie van een laadstation komen in aanmerking voor de belastingvermindering.
Ook de kosten voor de verplichte keuring van de installatie (die ook een voorwaarde is voor het verlenen van de belastingvermindering) komen in aanmerking voor de belastingvermindering.

Bron: https://vanpeteghem.belgium.be/nl/minister-van-peteghem-maakt-van-bedrijfswagens-en-laadpalen-de-hefbomen-naar-een-groener-wagenpark-0; https://news.belgium.be/nl/fiscale-vergroening-van-de-mobiliteit; Wet van 21 november 2021 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit, BS 3 december 2021. 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.