Bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken, kan de werkgever de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van de werknemers die hij tewerkstelt schorsen of hun de arbeidsprestaties verminderen. De economische oorzaken moeten afhangen van economische omstandigheden, en mogen niet structureel zijn. De werkgever kan geen beroep doen op het stelsel van economische werkloosheid omwille van redenen die afhankelijk zijn van zijn wil. Het is in dit kader dat de werkgever geen werken mag uitbesteden aan derden zoals o.a. onderaannemers en uitzendkrachten, wanneer het werk had moeten worden verricht door de werknemers die in economische werkloosheid werden geplaatst.
Feitenkwestie
Het betreft steeds een feitenkwestie. Zo kunnen er namelijk meerdere afdelingen binnen de onderneming zijn met hun eigen expertise waar de werknemers niet over en weer ingezet kunnen worden (denk bijvoorbeeld aan de afdeling onderhoudstechnici, boekhouding, orderpicken, …).
In die situatie is het mogelijk om derden te laten werken in een onderneming waar tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen wordt toegepast, indien:
- de derde werkt in een afdeling van de onderneming waar geen economische werkloosheid heerst, terwijl er voor andere afdelingen wel economische werkloosheid wordt toegepast;
- de derde werkt in een afdeling waar economische werkloosheid heerst, maar de functie van de derde onderscheiden is van de functie of functies van de vaste werknemers die door de economische werkloosheid zijn getroffen.
De RVA kan soms voorbijgaan aan dit onderscheid en legt dan eventueel onterecht een sanctie op. Het kan dan de moeite lonen om in beroep te gaan tegen de beslissing van de RVA wanneer het binnen de onderneming duidelijk is dat de activiteiten van de onderaannemer verschillen van die van de vaste werknemers binnen de onderneming.
Sancties
Het is altijd aangewezen voorzichtig te werk te gaan, moest er werk uitbesteed worden aan derden in een periode van tijdelijke werkloosheid omwille van economische redenen. Zo zal de RVA sinds kort de ten onrechte betaalde bruto uitkeringen terugvorderen bij de werkgever in plaats van bij de werknemer.
Bijkomend moet de werkgever het normale loon aan de vaste werknemers betalen voor de dagen waarop het werk aan derden uitbesteed werd. De werkgever mag wel het nettobedrag van de aan de RVA terugbetaalde uitkeringen inhouden op het nettoloon van de werknemer.