Vanaf 1 januari 2026 zullen de regels rond de Individuele Beroepsopleiding (IBO) in Vlaanderen wijzigen.
De Vlaamse regering moet evenwel de wijzigingen nog definitief goedkeuren.
Huidig systeem van IBO
Het gaat over een opleidingsmaatregel die het voor werkgevers gemakkelijker moet maken om een werkzoekende aan te werven, en dit via bemiddeling van de VDAB. Werkzoekenden die niet genoeg ervaring en competenties hebben, kunnen via een IBO-overeenkomst aan de slag bij een werkgever, waardoor ze gedurende minimaal 4 weken tot en met maximaal 26 weken een opleiding volgen op de werkvloer.
Tijdens de opleiding wordt de werkloosheidsuitkering van de werkzoekende aangevuld met een premie van VDAB.
De werkgever betaalt tijdens de IBO geen loon of RSZ, enkel een vast maandelijks forfaitair bedrag (afhankelijk van het toekomstige loon) aan de VDAB.
Na de opleidingsperiode moet je de kandidaat aanwerven. De arbeidsovereenkomst moet voorzien in een aantal werkuren dat minstens gelijk is aan het aantal uren dat de werknemer tijdens de opleiding heeft gewerkt en betrekking hebben op het aangeleerde beroep en minstens dezelfde arbeidsvoorwaarden bevatten die voor het sluiten van de opleidingsovereenkomst afgesproken werden.
IBO-plus
Voor drie specifieke groepen werkzoekenden, namelijk werkzoekenden met een arbeidsbeperking, werkzoekenden die arbeidsongeschikt zijn en werkzoekenden in detentie of onder elektronisch toezicht, is een IBO-plus ook mogelijk. Er geldt hier een meer flexibele looptijd (52 weken).
Na een IBO-plus zal eventueel ook nog een “gewone” IBO opgestart kunnen worden bij dezelfde IBO-werkgever.
Deze IBO-plus is kosteloos voor de werkgever indien de werkgever extra inspanningen doet om de opleiding te doen slagen.
Vanaf 2026 is de IBO-plus niet langer toegankelijk voor langdurig werkzoekenden.
Wijzigingen vanaf 1/1/2026
Nieuwe berekeningswijze van de IBO-premie
Er wordt een nieuwe berekeningswijze voorgesteld.
Van het brutoloon na aanwerving worden eerst de socialezekerheidsbijdragen van 13,07% en vervolgens het vervangingsinkomen, waar de cursist desgevallend aanspraak op kan blijven maken tijdens het IBO-traject, afgetrokken. Op dat resultaat wordt een percentage toegepast van 70%, 80%, 90% of 100% naar keuze van de IBO-werkgever. Bij IBO-plus zal dat percentage altijd 70% bedragen.
De berekening wordt uitgevoerd door de VDAB op basis van een voltijdse maand en zal maandelijks gecommuniceerd worden aan de IBO-werkgever.
Rechtstreekse betaling van de premie
Vanaf 1 januari zal de IBO-werkgever – na een eventuele proratisering in functie van afwezigheden of van een deeltijdse uurregeling – de IBO-premie uitbetalen samen met een vergoeding van de verplaatsingskosten.
Voor de verplaatsingskosten wordt gekeken naar dezelfde voorwaarden die voor de werknemers gelden (volgens geldende cao’s binnen het paritair comité of binnen de onderneming).
Bij IBO-plus blijft de VDAB verantwoordelijk voor de uitbetaling van de IBO-premie aan de IBO’er.
Beëindigingsmodaliteiten
Een beëindiging zal flexibeler kunnen verlopen.
Tijdens de eerste veertien dagen kan de IBO zonder verdere gevolgen stopgezet worden. Een bemiddeling vanuit de VDAB is hiervoor niet vereist.
Na deze periode kan elke partij de vervroegde stopzetting vragen. Er zal dan een verzoek bij de VDAB ingediend moeten worden.
Er volgt dan een periode van drie werkdagen, waarin de VDAB eerst nog tracht een bemiddelingspoging op te starten om de opleiding alsnog te laten voortduren.
Indien de IBO-overeenkomst beëindigd wordt zonder akkoord van de VDAB is de IBO-werkgever een schadevergoeding verschuldigd gelijk aan de som van alle vergoedingen die nog tot het einde van de IBO verschuldigd zouden geweest zijn.
Er geldt een specifieke procedure voor een IBO-cursist met een vastgestelde medische problematiek.
De overeenkomst kan voortijdig beëindigd worden in drie gevallen :
- wanneer blijkt dat de IBO-cursist meer uren aankan dan de lopende IBO om vervolgens aansluitend een nieuwe IBO te starten waarbij dezelfde voorwaarden van toepassing blijven, behalve de wekelijkse duurtijd die verhoogd wordt;
- de duurtijden van alle opeenvolgende IBO’s bedragen samen niet meer dan zesentwintig weken;
- de duurtijden van alle opeenvolgende IBO’s worden samengeteld om de minimale duurtijd van de arbeidsovereenkomst na de uitvoering van de IBO te berekenen.
Inwerkingtreding en overgangsmaatregelen
De huidige regels gelden nog voor aanvragen vóór 18 december 2025. Alle aanvragen daarna kunnen pas opstarten vanaf 1 januari 2026.
IBO’s die op tijd zijn aangevraagd én op tijd zijn gestart in 2025, lopen gewoon door onder de oude regeling totdat ze afgelopen zijn (ook in 2026).
Bron : B. Vl. R. van 19 december 2025 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, wat betreft de hervorming van IBO, BS 12 januari 2026.