Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Het Grondwettelijk Hof trekt een streep door de wet op het onbelast bijverdienen

By 28 april 2020No Comments

In 2018 hebben wij uitgebreid geïnformeerd over het bijklussen in ons artikel ‘Onbelast bijverdienen kan vanaf 15 juli 2018’.

Even kort samengevat: door deze wet kan iedereen die een hoofdstatuut als zelfstandige, werknemer, ambtenaar of gepensioneerde heeft, onbelast bijverdienen tot 6.340 € (inkomstenjaar 2020) per jaar in het kader van het verenigingswerk, de occasionele diensten tussen burgers en de diensten verleend via erkende elektronische platforms. Op dit bedrag moeten geen sociale bijdragen betaald worden, noch belastingen. Deze prestaties worden buiten de beschouwing van de arbeidswetgeving gelaten en bouwen  ook geen socialezekerheidsrechten op.

Heel recent, m.n. op 23 april 2020 heeft het Grondwettelijk Hof evenwel geoordeeld dat de wetgeving op het onbelast bijverdienen op meerdere punten in strijd is met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie.

Volgens het Hof wordt door deze wet dezelfde activiteit, enerzijds uitgeoefend door de verenigingswerker en anderzijds door een werknemer verschillend behandeld. Hetzelfde geldt ook voor de zelfstandige in hoofd- of bijberoep die deze activiteit uitoefenen.

De argumenten die de wetgever aanhaalt zoals o.a. het creëren van rechtszekerheid, het verlichten van de administratie en dat de vergoeding bijkomstig is, rechtvaardigen het onderscheid tussen deze categorieën niet.

De creatie van een nieuw ad hoc statuut, dat bijna volledig uitgesloten is van de arbeidswetgeving en de bepalingen m.b.t. het minimumloon, de arbeidsduur, de modaliteiten bij het einde van de overeenkomst, … zijn disproportioneel in vergelijking met de doelstellingen die de wetgever voor ogen had.

Ook de volledige vrijstelling op sociaal en fiscaal vlak is niet redelijk verantwoord. De wetgever toont niet aan op grond van objectieve vaststellingen dat de vergoeding in het kader van het verenigingswerk bijkomstig is. Ook het aangehaalde argument dat de wetgeving tot doel had zwart werk tegen te gaan, wordt niet onderbouwd volgens het Hof.

Gelet op de ongelijke behandeling en discriminatoire gevolgen heeft het Grondwettelijk Hof de wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie nietig verklaard. Aangezien er thans een heel aantal verenigingswerkers vergoed worden onder deze wetgeving, handhaaft het Hof de gevolgen van de vernietigende bepalingen voor de activiteiten geleverd tot en met 31 december 2020. Tot en met 31 december 2020 zal er derhalve nog onbelast tot een maximum van 6.340 € per jaar bijverdiend kunnen worden, mits voldaan is aan de overige voorwaarden.

 

Bron: GwH 23 april 2020, nr. 53/2020, www.const-court.be

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.