Sociaal-Juridisch

Wijzigingen mobiliteitsbudget goedgekeurd door de Kamer

By 30 november 2021januari 11th, 2022No Comments

Op 10 november heeft de plenaire vergadering van de Kamer het wetsontwerp goedgekeurd waarmee de regering aan het mobiliteitsbudget gesleuteld heeft.

Voor meer info kan je terecht bij ons artikel ‘Fiscale vergroening van de mobiliteit – groener bedrijfswagenpark – update’.

Naast de uitbreiding van de bestedingsmogelijkheden die in bovenvermeld artikel ruimschoots uiteengezet worden, lichten we hieronder de wijzigingen en verstrengingen toe.

Verstrengingen

Begrenzing

Vanaf 1 januari 2022 zal er een minimum en maximum van toepassing zijn wat de omvang van het mobiliteitsbudget betreft.

  • Minimum op jaarbasis: 3.000 €
  • Maximaal één vijfde van het totale bruto jaarloon van de betrokken werknemer met een absoluut maximum van 16.000 €.

Indien je als werkgever reeds een mobiliteitsbudget toekent vóór de datum van bekendmaking van de wet, dan heb je tot 1 januari 2023 de mogelijkheid om de grenzen toe te passen.

Verplichting tot opname pijler 2 bij aanbod

De werkgever wordt deels beperkt in zijn vrijheid omtrent het aanbieden van de pijlers in het mobiliteitsbudget. Zo moet namelijk pijler 2 sowieso vervat zijn in het aanbod van de werkgever naar de werknemer toe. Zachte en duurzame mobiliteit staat immers voorop in de wijziging van het mobiliteitsbudget.

Beperkingen t.a.v. de bedrijfswagen

Bedrijfswagens zonder CO2-uitstoot

Vanaf 1 januari 2026 mogen de bedrijfswagens onder pijler 1 geen CO2-uitstoot meer creëren.

Binnen pijler 2 kunnen vanaf 1 januari 2026 tevens enkel nog koolstofemissievrije gemotoriseerde voertuigen binnen categorie ‘zachte mobiliteit’ aangeboden worden.

Ten slotte geldt de zero-emissie-norm vanaf deze datum voor het autodelen en de huur van de wagen met chauffeur.

Vanaf 1 januari 2022 vervalt de uitzondering voor de eindereeks wagens

Werknemers kunnen in pijler 1 enkel nog kiezen voor koolstofemissievrije wagens.

Voor einde reeks wagens werd een uitzondering hierop voorzien. Deze zal echter aflopen op 1 januari 2022.

Omvang mobiliteitsbudget

Het budget dat de werknemer mag gebruiken, wordt berekend op de total cost of Ownership.

Bij de berekening van het budget dient de werkgever vanaf 1 januari 2022 de kosten verbonden aan het beroepsmatig gebruik buiten beschouwing te laten.

De werknemer ontvangt in de plaats een vergoeding voor de professionele verplaatsingen. Deze komt m.a.w. bovenop het mobiliteitsbudget.

Verder kan er bij KB een formule vastgelegd worden die de omvang van het mobiliteitsbudget bepaalt. De werkgever moet de formule toepassen wanneer de total cost of ownership van de wagen berekend wordt op grond van de reële kosten. Indien de werkgever het budget calculeert op basis van forfaits, dan is de toepassing van de formule facultatief.

Vanaf 1 januari 2022 heeft de werkgever de mogelijkheid om de total cost of ownership van de wagen uit pijler 1 forfaitair mee te nemen in het mobiliteitsbudget.

Opheffing wachttermijnen

In het ‘oude’ systeem van het mobiliteitsbudget zijn er wachttermijnen voorhanden, zowel voor de werknemer als de werkgever.

Een werknemer die over een bedrijfswagen beschikt (of ervoor in aanmerking komt), kan maar een aanvraag voor het mobiliteitsbudget indienen wanneer hij bij de huidige werkgever:
• in de loop van 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag minstens 12 maanden over een bedrijfswagen (heeft) beschikt (of ervoor in aanmerking kwam); EN
• op het moment van de aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken over een bedrijfswagen beschikt (of ervoor in aanmerking komt).

De periode van 36 maanden geldt niet wanneer de werknemer in dienst komt van een startende werkgever.

De werkgever kan het mobiliteitsbudget maar invoeren wanneer hij gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van het mobiliteitsbudget één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelde van één of meerdere werknemers.

Voor startende werkgevers die minder dan 36 maanden actief zijn, is deze minimumtermijn niet vereist.

Onder het ‘nieuwe’ mobiliteitsbudget worden de wachttermijnen voor de werknemer opgeheven. Aldus kan de werknemer onmiddellijk een aanvraag tot het bekomen van een mobiliteitsbudget richten aan de werkgever.

Inwerkingtreding

Het wetsvoorstel met de wijzigingen voorziet in een inwerkingtreding op 1 januari 2022.

De koolstofemissievrije bepalingen zullen dan weer in voege gaan vanaf 1 januari 2026.

Opgelet voor de werkgever die het mobiliteitsbudget reeds toepassen. De wet voorziet op één uitzondering (betreffende de begrenzing) na geen overgangsbepalingen. Aldus zal de wekgever vanaf 1 januari 2022 de toepassing van het mobiliteitsbudget in lijn moeten brengen met het ‘nieuwe’ mobiliteitsbudget.

Het ontwerp is goedgekeurd door de kamer. Aldus is voorgaande nog onder voorbehoud van de effectieve publicatie en inwerkingtreding.

Bron: Wet houdende sociale en fiscale vergroening van de mobiliteit, BS 3 december 2021.

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.