Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Bis-variant op BV-vrijstelling ploegenarbeid : circulaire fiscus

By 11 augustus 2025No Comments

Op 30 juli 2025 is de langverwachte circulaire m.b.t. de bis-variant op de klassieke BV-vrijstelling ploegenarbeid gepubliceerd.

Voor meer duiding rond de historiek en toepassingsvoorwaarden van de bis-variant verwijzen we u naar ons eerder artikel ““Bis-variant” op BV-vrijstelling ploegenarbeid“.

Eind december 2024 is reeds het KB dat de praktische uitvoeringsmodaliteiten vastlegt m.b.t. de bis-variant gepubliceerd. Het was nog even wachten voor meer duiding via een circulaire, die dus recent verschenen is.

Standpunt m.b.t. de voorwaarde ‘hetzelfde werk qua omvang’

Via de circulaire bevestigt de fiscus dat zij de voorwaarde dat de opeenvolgende ploegen ‘hetzelfde werk qua omvang’ moeten doen strikt zal toepassen. De administratie volgt dus het arrest van het Grondwettelijk Hof.

Dit betekent concreet dat de ondernemingen enkel aanspraak kunnen maken op de BV-vrijstelling klassieke ploegenarbeid wanneer de opeenvolgende ploegen zowel qua inhoud als qua omvang hetzelfde werk doen, mits uiteraard naleving van alle andere voorwaarden.

Er wordt echter niet verduidelijkt op basis van welke criteria de omvang van het werk moet beoordeeld worden.

In beginsel wordt de omvang van het werk gemeten door de output van het werk, voorbeeld m.n. x aantal goederen van de band, x aantal order pickings, …

De fiscus aanvaardt nu ook dat ploegen met dezelfde grootteorde qua aantal ploegleden, hetzelfde werk naar omvang verrichten voor de toepassing van de klassieke variant.

Administratieve tolerantie

De administratie laat een verschil in omvang van het werk tussen de opeenvolgende ploegen toe van maximaal 10 %, en dit op dagbasis te bekijken.

Indien op andere werkdagen van de maand het verschil in omvang van het werk meer dan 10 % is, kan de klassieke variant niet toegepast worden.

Deze 10% marge moet als volgt berekend worden :

Het verschil tussen het aantal leden van de grootste ploeg en het aantal leden van de kleinste ploeg gedeeld door het aantal leden van de grootste ploeg.

In de circulaire spreekt de fiscus in de voorbeelden steeds over “omvang uitgedrukt in voltijdse equivalenten”.

Daarnaast kunnen ook andere feitelijke elementen dan het aantal leden binnen een ploeg, een invloed hebben op de omvang van het werk verricht door die ploeg waarbij de fiscus als voorbeeld de arbeidstijd vermeldt. Een te strikte rigide interpretatie is alleszins niet de bedoeling voor zover de productieoutput dezelfde is.

Ten slotte kan een hoger afwijkingspercentage van toepassing zijn voor zover de werkgever aantoont dat deze afwijking plaatsgevonden heeft omwille van omstandigheden die zich buiten zijn wil voordoen.

Indien er geopteerd wordt voor de bis-variant kan geen toepassing meer gemaakt worden van de administratieve tolerantie. Elke afwijking heeft dan een impact op de correctiefactor.

Voorbeeld circulaire administratieve tolerantie berekening & geen omstandigheden buiten de wil van de werkgever :

Afdeling A kent een tweeploegenstelsel:

Op maandag 02.06.2025 telt de vroege ploeg 21 werknemers en 1 uitzendkracht en de late ploeg telt 20 werknemers. Het verschil in omvang van het werk is voor deze dag 9,09 % (= (22 – 20) / 22), dus minder dan 10 %.
Wanneer ook voor alle andere werkdagen van de maand het verschil in omvang van het werk maximaal 10 % is en mits naleving van alle andere voorwaarden, kan de werkgever de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ‘klassieke ploegenarbeid’ toepassen op de bezoldigingen van de werknemers tewerkgesteld in afdeling A voor wie de één derde-norm vervuld is.

Voorbeeld circulaire administratieve tolerantie omstandigheden buiten de wil van de werkgever :

In onderneming G wordt in twee opeenvolgende ploegen gewerkt. De werkgever heeft een arbeidsregeling waarbij de vroege ploeg bestaande uit 11 werknemers steeds wordt opgevolgd door een late ploeg bestaande uit 10 werknemers.

Volgens de voorziene planning bedraagt het verschil in omvang van het werk bijgevolg op alle dagen 9,09 % (= (11-10) / 11), dus minder dan 10 %.

Echter, op donderdag 22.05.2025 heeft één van de werknemers die tewerkgesteld is in de late ploeg een ongeluk op weg naar het werk, waardoor hij op 22.05.2025 en 23.05.2025 niet kan werken.
Bijgevolg wordt op deze 2 werkdagen de vroege ploeg van 11 werknemers opgevolgd door een late ploeg van 9 werknemers.

Op 22.05.2025 en 23.05.2025 bedraagt het verschil in omvang van het werk bijgevolg 18,18 % (= (11-9) / 11), dus meer dan 10 %.

De werkgever toont aan dat deze hogere afwijking het resultaat vormt van omstandigheden die zich buiten zijn wil voordeden.

Kwalificatie van ‘onderneming waarin ploegenarbeid wordt verricht’

De administratie erkent dat binnen één onderneming verschillende ploegenstelsels kunnen bestaan waarvoor afzonderlijk per maand voor elk ploegenstelsel nagegaan moet worden of het stelsel beantwoordt aan de definitie van de klassieke variant dan wel aan de bis-variant.

De 10%-tolerantie moet bekeken worden per ploegenstelsel.

De werkgever kan er ook voor kiezen om op het stelsel dat beantwoordt aan de voorwaarden van de klassieke variant, de bis variant toe te passen.

Opsplitsing nachtploeg

Indien er sprake is van een drieploegenstelsel (vroege, late en nachtploeg) waarbij de drie ploegen hetzelfde werk qua inhoud doen, maar de omvang van het werk verricht door deze drie ploegen asymmetrisch verdeeld is, kan de werkgever iedere maand de volgende keuze maken (mits naleving uiteraard van alle voorwaarden):

  • de nachtploeg geen deel te laten uitmaken van het ploegenstelsel

De werkgever kan de BV-vrijstelling voor nachtarbeid toepassen op de bezoldigingen van de werknemers van de nachtploeg waarvoor de één derde-norm vervuld is.

De voorwaarden voor toepassing van de BV-vrijstelling nachtarbeid moeten wel voldaan zijn ( minimaal 12% nachttoeslag).

Opgelet! Er is sprake van een cumulverbod tussen de BV-vrijstelling bis variant en de BV-vrijstelling voor nachtarbeid’, zodat de bezoldigingen van de werknemers waarvoor de BV-vrijstelling nachtarbeid wordt gevraagd, niet in aanmerking mag worden genomen voor de bis variant.

  • de nachtploeg WEL deel uit te laten maken van het ploegenstelsel

In dat geval moet het volledige drieploegenstelsel voldoen aan alle voorwaarden van de vrijstelling (bv. hetzelfde werk qua inhoud). De correctiefactor van de bis-variant wordt berekend, rekening houdend met de 3 ploegen.

Voorbeeld circulaire

Mogelijkheid 1: de nachtploeg maakt geen deel uit van het ploegenstelsel

  • Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid-bis

Voorafgaande stappen

1) Kwalificatie van ‘onderneming waarin ploegenarbeid wordt verricht’

Onderneming B voldoet aan de fiscale definitie van een onderneming waar ploegenarbeid wordt verricht overeenkomstig artikel 2755, § 1/1, WIB 92.

2) Berekening van de één derde-norm

Voor iedere werknemer die in het ploegenstelsel (vroege en late ploeg) werkt, moet de één derde-norm berekend worden (rekening houdend met de tewerkstelling in vroege en late ploeg).

Het voorgaande wordt geïllustreerd voor de werknemers K, L, M en N van onderneming B.

Werknemer K van onderneming B werkt afwisselend in de vroege en late ploeg. De één derde-norm voor deze werknemer bedraagt dus 100 % en bijgevolg komen de bezoldigingen van werknemer K in aanmerking voor de steunmaatregel.

Werknemer L van onderneming B heeft drie weken in de vroege ploeg gewerkt. De vierde week heeft hij niet in ploegen gewerkt. De één derde-norm voor deze werknemer bedraagt dus 75 % en bijgevolg komen de bezoldigingen van werknemer L in aanmerking voor de steunmaatregel.

Werknemer M van onderneming B heeft één week in de vroege ploeg gewerkt en één week in de nachtploeg. De één derde-norm voor deze werknemer bedraagt slechts 25 % en bijgevolg komen de bezoldigingen van werknemer M niet in aanmerking voor de steunmaatregel bis-variant.

Werknemer N van onderneming B heeft twee weken in de vroege ploeg en twee weken in de nachtploeg gewerkt. De één derde-norm voor deze werknemer is 50 % en dit zowel voor de steunmaatregel ‘vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid-bis’ als voor de steunmaatregel ‘vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid’. De werkgever moet dus een keuze maken; hij kiest ervoor om op de bezoldigingen van werknemer N de steunmaatregel ‘vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid’ toe te passen.

De integrale berekening van de BV-vrijstelling wordt hier niet hernomen.

Berekening één derde-norm

Voor iedere werknemer moet de één-derde norm worden berekend. Deze wordt voor iedere BV-vrijstelling apart berekend. Op zich is dit niet nieuw, dit is reeds geïntroduceerd via de mini-taxshift.

Wanneer de werknemer één derde (of meer) van zijn arbeidstijd in klassieke ploegenarbeid én tevens één derde in de bis-variant gewerkt heeft, dan moet de werkgever een keuze maken. Er kan m.a.w. maar één BV-vrijstelling per maand toegepast worden.

Berekening van het van doorstorting vrijgestelde bedrag voor ploegenstelsel-bis

De circulaire bevestigt hetgeen reeds in het KB bepaald werd, m.n. dat er maar sprake mag zijn van één globale correctiefactor per onderneming per maand, en dit over alle ploegenstelsels die onder de ‘bis-variant’ vallen heen (inclusief de ‘volcontinu ploegenstelsels-bis’). Het is niet toegestaan om per stelsel afzonderlijk de correctiefactor toe te passen.

Dubbele toepassing van de correctiefactor

Hoewel niet uitdrukkelijk uiteengezet in de toelichting worden in de voorbeelden uitdrukkelijk de correctiefactor van de bis-variant toegepast op de beschikbare bedrijfsvoorheffing indien dat bedrag lager is dan de theoretische vrijstelling van 22,8%.

Dit is een bevestiging van het KB dat de in aanmerking komende bedrijfsvoorheffing van de betrokken werknemers met dezelfde correctiefactor verlaagd moet worden.

Daarbij mag tevens een eventueel saldo voorkomende uit de BV-vrijstelling van de klassieke variant niet aangewend worden om een eventueel tekort aan BV-vrijstelling bis-variant te compenseren.

Uitzendarbeid

In het kader van uitzendarbeid moet de correctiefactor meegedeeld worden door de klant-gebruiker.

Verder moeten alle voorwaarden voldaan zijn die specifiek in voege zijn voor de toepassing van BV-vrijstellingen in de uitzendsector. 

De berekening van de vrijstelling gebeurt per onderneming en daarbinnen per vrijstellingsvariant, rekening houdend met de toepassing van de één derde-norm.

Bron : Circulaire van 30 juli 2025 2025/C/50 over de ‘vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid’, wat betreft de voorwaarde ‘de ploegen doen hetzelfde werk zowel qua inhoud als qua omvang’.

 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.