In februari dit jaar heeft het Grondwettelijk Hof een uitspraak gedaan die de grond onder de BV-vrijstelling ploegenarbeid heeft doen daveren. Meer informatie over het desbetreffende arrest vind je hier.
Hetgeen wat voor ophef heeft gezorgd, is dat het Hof van oordeel is dat controlediensten de voorwaarde dat de ploegen dezelfde omvang van werk moeten verrichten, strikt mogen toepassen. De strikte interpretatie van deze voorwaarde werd immers niet als discriminerend beschouwd.
Om te vermijden dat controlediensten gesterkt door het arrest, m.n. de vigerende wettelijke bepalingen dermate letterlijk toepassen zodat ondernemingen waar ontegensprekelijk sprake is van ploegenarbeid maar waarbij de omvang van het werk asymmetrisch verdeeld is tussen de opeenvolgende ploegen, de BV-vrijstelling niet meer kunnen toepassen of de kortingen naar het verleden toe geschrapt zullen worden, werd er door de minister van Financiën in maart aanstaande een wetswijziging ingediend, de zogenaamde “bis-variant”.
De wet is op 29 mei 2024 verschenen in het Belgisch Staatsblad, waardoor de “bis-variant” een feit is.
“Bis-variant”
Het verschil tussen de geldende vrijstelling en de “bis-variant” is dat in de bis-variant het criterium dat de opeenvolgende ploegen hetzelfde werk moeten doen qua omvang
uit de definitie wordt gehaald en in de berekenregels van de vrijstelling wordt opgenomen. Hierdoor kan de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid ook toegepast worden in het geval de omvang van het werk niet gelijk is, maar wordt het bedrag van de vrijstelling wel verminderd naar mate het verschil in omvang van het werk tussen de opeenvolgende ploegen groter wordt.
De overige voorwaarden blijven wel overeind:
- Het werk wordt verricht in minstens twee ploegen van minstens twee werknemers;
- De ploegen, waaronder een nachtploeg kan vallen, doen hetzelfde werk qua inhoud ;
- De ploegen volgen elkaar op zonder onderbreking;
- Er is geen overlapping van meer dan een vierde van hun dagtaak tussen de opeenvolgende ploegen.
Berekeningsregels vrijstelling
Het bedrag van de vrijstelling zal proportioneel verminderd worden naarmate het verschil in omvang van het werk tussen de opeenvolgende ploegen groter wordt. Er moet gewerkt worden met een 4 stappenplan:
- Onder stap 1 wordt de vrijstelling berekend overeenkomstig de bestaande regeling (22,8 in geval van ploegenarbeid of 25 bij volcontinu) op de belastbare bezoldiging van alle werknemers die werkzaam zijn in de betreffende ploegen.
- Vervolgens moet voor elke werkdag dat er ploegenarbeid wordt verricht in een betreffende maand, enerzijds het verschil in omvang van het werk tussen de opeenvolgende ploegen ten opzichte van de ploeg met de kleinste omvang van het werk vastgesteld worden, en anderzijds de totale omvang van het werk van de opeenvolgende ploegen.
- Daarna wordt de afwijking op de omvang van het werk die betrekking heeft op de betreffende maand vastgesteld door middel van een breuk en uitgedrukt als een percentage, met in de teller de som van het voor elke werkdag van die maand vastgestelde verschil in omvang van het werk van de opeenvolgende ploegen en in de noemer de som van de voor elke werkdag van die maand vastgestelde totale omvang van het werk van de opeenvolgende ploegen.
- Het bedrag dat men bekomen is onder stap 1 moet verminderd worden met het percentage van stap 3.
Voorbeeld :
Ploegenarbeid in 3 op elkaar opeenvolgende ploegen op 2 dagen.
- Omvang van het werk: dag 1
- ploeg 1 : 60
- ploeg 2 : 40
- ploeg 3 : 40
- Omvang van het werk : dag 2
- ploeg 1 : 20
- ploeg 2 : 10
- ploeg 3 : 30
Stap 2 :
- afwijking per dag verschil t.o.v. kleinste omvang
- dag 1 (40 = kleinste omvang): 20
- dag 2 (10 = kleinste omvang) 10 + 20
- totale omvang
- dag 1 : 60+40+40 = 140
- dag 2 : 20+10+30= 60
Stap 3 : afwijking totale periode, uitgedrukt in %
De som van het voor elke werkdag van die maand vastgestelde verschil in omvang van het werk van de opeenvolgende ploegen = 20 + 30 = 50
de som van de voor elke werkdag van die maand vastgestelde totale omvang van het werk van de opeenvolgende ploegen = 140 + 60 = 200
50/200 –> 25 %
Stap 4 : bekomen vrijstelling verminderen met 25 %,
Voor de toepassing van de korting moet de werknemer nog steeds tenminste een derde van de arbeidstijd in ploegenarbeid tewerkgesteld zijn geweest. Perioden van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst zonder loon, worden niet in aanmerking genomen.
Keuze
De onderneming heeft aldus de keuze tussen twee mogelijke toepassingsvormen van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid afhankelijk van of al dan niet voldaan is aan de strikte voorwaarde van dezelfde omvang van het werk van de ploeg.
Wel kan de onderneming de toegepaste bv-vrijstelling laten verschillen van maand tot maand, maar een cumul van beide vrijstellingen in dezelfde maand voor dezelfde ploeg van werknemers is uitgesloten.
De memorie van toelichting bij de wetswijziging geeft tevens mee dat de omvang van het werk van de ploeg in beginsel moet worden gemeten aan de hand van de output van het werk van de ploeg. Omwille van praktische redenen, indien de output van het werk moeilijk te meten of te verifiëren is, kan en zal de administratie de omvang in de meeste gevallen vaststellen in functie van de samenstelling en de grootte van de opeenvolgende ploegen (dus x aantal werknemers in de ochtendploeg t.a.v. x aantal werknemers in de middagploeg).
Hierbij kan het een rol spelen welk specifiek arbeidsreglement of arbeidsregeling van toepassing is op de diverse werknemers of welk proces gehanteerd wordt om de individuele uurroosters vast te leggen. Hierbij wordt ook bekeken of de werknemers systematisch en structureel tot eenzelfde ploeg behoren of zij anderzijds, louter op papier, continu afwisselen tussen de zogenaamde verschillende ploegen.
Ondernemingen worden ook gewaarschuwd dat naar aanleiding van de wetswijziging een kunstmatige opsplitsing van een groep van werknemers in kleinere groepen met het oog op een maximalisatie van de toepassing van de geldende vrijstelling als fiscaal misbruik wordt beschouwd. De werkelijke situatie zal steeds in acht genomen worden.
Inwerkingtreding
De wet is retroactief van toepassing op de bezoldigingen die sinds 1 januari 2021 werden betaald of toegekend.
Het KB dat de praktische uitvoeringsmodaliteiten vastlegt m.b.t. de bis-variant, is reeds in december 2024 uitgevaardigd en toegelicht in ons ander artikel ““Bis-variant” op BV-vrijstelling ploegenarbeid – KB gepubliceerd“.
Vandaag is nu eindelijk de langverwachte circulaire gepubliceerd. Een toelichting over de circulaire is hier terug te vinden.
Ten slotte betreft het een tijdelijke maatregel, m.n. de toepassing is beperkt tot de bezoldigingen die tot 31 december 2026 worden betaald of toegekend. Vanaf deze datum hoopt de regering om een definitieve regeling uit te werken.
Bron :Wet van 12 mei 2024 houdende diverse fiscale bepalingen, BS 29 mei 2024; Circulaire van 30 juli 2025 2025/C/50 over de ‘vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid’, wat betreft de voorwaarde ‘de ploegen doen hetzelfde werk zowel qua inhoud als qua omvang’.