Op 21/10/2025 werd er een nieuwe CAO nr. 183 gesloten in de NAR tot vaststelling van een regeling van economische werkloosheid voor bedienden.
Deze nieuwe CAO nr. 183 is de opvolger van CAO nr.176 en voorziet in een vereenvoudigde procedure om economische werkloosheid voor bedienden in te voeren (zonder CAO of ondernemingsplan) en is geldig voor de periode van 01/01/2026 t.e.m. 30/06/2029.
CAO nr. 183
Deze CAO voorziet een suppletieve regeling en biedt ondernemingen die niet gebonden zijn door een sectorale of ondernemingsCAO of een ondernemingsplan de toegang tot het stelsel van economische werkloosheid voor bedienden. Dit betekent dat ondernemingen die toch een eigen CAO of ondernemingsplan wensen, dit nog steeds kunnen voorzien. Daarnaast blijven bestaande overeenkomsten en plannen onverminderd van toepassing.
Opgelet: indien er een sectorale cao bestaat in het paritair comité waartoe de werkgever behoort, dan dient deze verplicht toegepast te worden voor economische werkloosheid voor de bedienden.
Aanvullende vergoeding
Er is voorzien in een minimale aanvullende vergoeding van 6,59 euro per dag tijdelijke werkloosheid. Dit bedrag zal telkens op 1 januari geïndexeerd worden.
Wanneer er arbeiders bij dezelfde werkgever tewerkgesteld worden en er wordt voorzien in een hoger supplement voor hen, dan zal dit supplement ook toegekend moeten worden aan de bedienden. Indien er geen arbeiders binnen een onderneming tewerkgesteld worden, zal de werkgever eerst moeten nagaan onder welk paritair comité deze arbeiders zouden vallen, moesten zij tewerkgesteld worden. Als er binnen dit paritair comité voor de arbeiders een hoger supplement voorzien is bij tijdelijke werkloosheid dan zal de werkgever dit hoger supplement aan de bedienden moeten toekennen.
Krediet tijdelijke werkloosheid
Ondernemingen kunnen per kalenderjaar slecht gebruik maken van economische werkloosheid voor bedienden voor:
- max. 16 weken volledige schorsing;
- max. 26 weken gedeeltelijke schorsing.
Bij een combinatie van volledige en gedeeltelijke schorsing vormen 2 weken gedeeltelijke schorsing het equivalent van een week volledige schorsing.
Praktisch?
Ondernemingen die reeds erkend waren als “onderneming in moeilijkheden” op basis van de eerdere NAR CAO (CAO nr. 176) en na 31/12/2025 verder gebruik wensen te maken van het stelsel van tijdelijke werkloosheid werkgebrek bedienden ingevolge CAO nr. 183 dienen niet opnieuw een C106A te verrichten. De RVA zal de einddatum van de erkenning van deze ondernemingen als onderneming in moeilijkheden automatisch verlengen tot 30/06/2029.
Voor de toepassing van economische werkloosheid bedienden zijn de volgende acties vereist:
- een voorafgaandelijke elektronische mededeling van de voorziene periode van tijdelijke werkloosheid ten minste 7 kalenderdagen voor de 1e voorziene werkloosheidsdag;
- voorafgaand informeren van de betrokken werknemers en ondernemingsraad (of vakbondsafgevaardigden) ten minste 7 kalenderdagen voor de 1e voorziene werkloosheidsdag;
- tijdige elektronische mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag van de betrokken werknemers in de betrokken maand;
- ASR aangiften scenario 2 (uitkeringsaanvraag) én scenario 5 (maandelijkse aangifte);
- betaling aanvullende vergoeding tijdelijke werkloosheid (werkgever of sociaal fonds afhankelijk van de sectorale regels terzake).
Opgelet: de werknemers moeten het nodige doen voor het invullen van de elektronische controlekaart (eC32A)!
Indien men nog niet erkend is als “onderneming in moeilijkheden” moeten hiervoor de nodige stappen ondernomen worden en moet men voldoen aan een van de volgende voorwaarden (formulier C106A):
- Hetzij een substantiële vermindering (10 % in vergelijking met hetzelfde kwartaal van één van de twee kalenderjaren die de aanvraag voorafgaat) van het zakencijfer, van de productie of van de bestellingen. Het bewijs van de daling van het omzetcijfer wordt geleverd door de BTW-aangiften van de betreffende kwartalen. Een vermindering van de productie of van de bestellingen kan, naast de BTW-aangiften ten indicatieve titel, aangetoond worden door andere bewijskrachtige documenten zoals boekhoudkundige stukken en verslagen aan de ondernemingsraad.
- Hetzij een aanzienlijk gebruik (minstens 10 % van het totaal aantal dagen aangegeven aan de RSZ) van de tijdelijke werkloosheid voor werklieden.
- Hetzij door de Minister van Werk erkend zijn als onderneming in moeilijkheden op basis van onvoorziene omstandigheden die op korte termijn een substantiële daling van de omzet, de productie of het aantal bestellingen tot gevolg hebben.
Uitzendarbeid
Tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen is slechts mogelijk voor uitzendkracht-bedienden onder de volgende voorwaarden:
- De uitzendkracht is tewerkgesteld met doorlopende weekcontracten bij dezelfde gebruiker én:
- ofwel is de tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek verenigbaar met het motief voor uitzendarbeid en is er een regeling van tijdelijke werkloosheid lopende voor de vaste werknemers van de afdeling waarin de uitzendkracht is tewerkgesteld.
- ofwel is de uitzendkracht sinds ten minste 3 maanden (ononderbroken cf. 7-dagenregel) tewerkgesteld bij de gebruiker en is er een regeling van tijdelijke werkloosheid lopende voor de vaste werknemers van de afdeling waarin de uitzendkracht is tewerkgesteld (motief tijdelijke vermeerdering van werk)
Opgelet: Voor de toepassing van economische werkloosheid bedienden is het vereist dat de klant-gebruiker voldoet aan de algemene prealabele voorwaarden om een regeling van schorsing bedienden in te voeren (cf. C106A).
De formaliteiten i.v.m. de voorafgaande mededeling van de voorziene periode van tijdelijke werkloosheid en de melding van de 1e effectieve werkloosheidsdag aan de RVA alsook de ARS aangiften moeten worden verricht door het uitzendkantoor!
De sectorale cao van 26/06/2024 van PC 322.00 bepaalt dat in geval van economische werkloosheid de uitzendkracht recht heeft op een aanvullende vergoeding ten laste van het Sociaal Fonds voor de Uitzendkrachten (SFU) van 4,90 euro (bedrag 2025) bovenop de werkloosheidsuitkeringen. Gelet op voorgaande is volgens het standpunt van Federgon de aanvullende vergoeding zoals voorzien in CAO nr. 183 niet verschuldigd door het uitzendkantoor.
Opgelet: Gelet op de verlaging van het percentage van de tijdelijke werkloosheidsuitkeringen sinds 01/01/2024 is er wel nog een “bijkomende” aanvullende vergoeding verschuldigd van 5,20 euro door het uitzendkantoor!
Inwerkingtreding
De CAO treedt in werking op 01/01/2026 en loopt ten einde op 30/06/2029.
Ze is van toepassing op de regelingen van volledige of gedeeltelijke schorsing waarvan de begin- en einddatum tijdens de geldigheidsduur van de CAO vallen.
Bron: CAO nr. 183 van 21 oktober 2025 tot vaststelling van een regeling van volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst en/of een regeling van gedeeltelijke arbeid bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken voor bedienden, www.cnt-nar.be.