In ons artikel “Centenindex” – eerste loonmatigingsperiode vanaf 01/06/ 2026?” werd de maatregel uit het begrotingsakkoord over een zogenaamde “centenindex” in 2026 en 2028 toegelicht, waarbij er een volledige indexatie zou zijn van de lonen tot 4.000 euro bruto en een begrensde index van 2% op 4.000 euro voor hogere lonen (vast bedrag). De helft van de impact hiervan zou toekomen aan de ondernemingen, de andere helft zou toekomen aan de overheid via een “bijzondere loonmatigingsbijdrage” geïnd door de RSZ samen met de socialezekerheidsbijdragen voor het betreffende kwartaal. Een ontwerp van programmawet dat nog steeds hangende is in de Kamer bevat de verdere uitvoeringsmodaliteiten van deze maatregel.
De sociale partners binnen de NAR hadden hieromtrent ook reeds een advies uitgebracht waarbij o.a. werd aangekaart dat het een complexe en onduidelijke maatregel betreft binnen een onvoldoende afgebakend begrotingskader.
De sociale partners binnen de Groep van 10 zouden ondertussen een akkoord bereikt hebben over een alternatief voor de centenindex.
Volgens het nieuwsbericht van Unizo zou vanaf april 2026 voor de loonindexering een twaalfmaandelijks gemiddelde berekend worden van energie-inflatie en vanaf juni 2026 zou rekening gehouden worden met alle energiecontracten (en niet enkel de nieuwe en vaak duurdere tarieven). Deze structurele maatregelen zijn eenvoudiger, zorgen voor een correctere meeting van de inflatie, voor meer macro-economische stabiliteit en temperen de impact van energieprijzen en dat voor álle lonen en werknemers in álle sectoren.
De vraag is nu of de Federale regering met dit akkoord rekening zal houden. Het federaal planbureau en de RSZ zouden alvast berekend hebben dat het alternatief een kost van 325 miljoen euro zou betekenen voor staatskas.
Vanuit de oppositie ook nog een amendement ingesteld bij het ontwerp van programmawet om de centenindex zoals voorgesteld door de regering (juni 2026) uit te stellen naar 2029.
Het bleef lange tijd onduidelijk welke richting het uit zou gaan m.b.t. de “centenindex” aangezien uit diverse mediaberichten bleek dat de meerderheidspartijen niet op één lijn zouden zitten. Premier De Wever zou woensdag 13/05 tijdens het vragenuurtje in de Kamer gezegd hebben dat het alternatief dat de sociale partners hebben uitgewerkt niet voldoet aan de voorwaarden (budgettaire doelstellingen) die de regering heeft vooropgesteld. Sammy Mahdi zou in een interview met De Morgen de deur nog op een kier gehouden hebben en ook Georges-Louis Bouchez zou het alternatief voorstel alsnog willen bespreken tijdens de komende begrotingsgesprekken. Ondertussen liepen de besprekingen van het ontwerp van programmawet verder vertraging op in het parlement. Ook Unizo bleef vragende partij om de centenindex niet door te duwen terwijl er een historisch, gedragen sociaal akkoord op tafel ligt.
Uiteindelijk heeft de Kamer op de valreep de programmawet (incl. centenindex) dan toch goedgekeurd. Opdat de maatregel op 1 juni 2026 zoals voorzien in werking zou kunnen treden moet de programmawet echter nog tijdig gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad.
Bron: https://www.vbo-feb.be/nl/persberichten/akkoord-groep-van-tien-centenindex/; https://www.unizo.be/berichten/pers/sociale-partners-bereiken-akkoord-over-alternatief-voor-centenindex; diverse mediaberichten; https://www.unizo.be/berichten/pers/unizo-duw-de-centenindex-niet-door-terwijl-er-een-historisch-gedragen-sociaal.