Sociaal-Juridisch

Responsabiliseringsbijdrage voor werkgevers bij langdurige zieke werknemers – update

By 18 juli 2022No Comments

Zoals aangegeven in het begrotingsakkoord heeft de regering de responsabiliseringsbijdrage ingevoerd voor werkgevers die een aanzienlijk hoger aantal langdurige zieke werknemers in invaliditeit in dienst hebben, in vergelijking met andere werkgevers.

Zoals de naam doet vermoeden, heeft de bijdrage tot doel de betrokken werkgevers te responsabiliseren om het aantal langdurige zieken binnen hun onderneming te doen dalen. Thans kan de werkgever hierbij ondersteuning vragen van de arbeidsarts, de adviserende arts en de recent in het leven geroepen ‘Terug naar Werk-coördinator‘. Uit de praktijk blijkt evenwel dat er nog geen al te grote successen hieromtrent geboekt worden. Door het opleggen van de responsabiliseringsbijdrage willen ze de werkgevers ertoe aanzetten meer initiatieven te nemen om de langdurige zieken te re-integreren.

Doelgroep : ‘werkgevers met een bovenmaatse instroom in invaliditeit’

Van een bovenmaatse instroom in invaliditeit is er sprake wanneer over een bepaalde referteperiode van 4 kwartalen het gemiddeld aantal werknemers:

  • X maal hoger dan bij ondernemingen behorende tot dezelfde activiteitensector en;
  • Y maal hoger dan bij de algemene private sector.

Een werknemer is doorgaans invalide nadat de werknemer meer dan 1 jaar arbeidsongeschikt is wegens ziekte.

De verhouding van de instroom van werknemers in invaliditeit ten opzichte van ondernemingen behorende tot dezelfde activiteitensector zal bepaald worden aan de hand van de eerste 4 cijfers van de NACE-classificatie van economische activiteit voor wat betreft de hoofdactiviteit van de werkgever.

De X- en Y-factor zal nog gedefinieerd moeten worden bij KB.

Begrip ‘invalide werknemers’

Voor wat betreft de instroom van werknemers in invaliditeit wordt er voor het opleggen van de responsabiliseringsbijdrage rekening gehouden met de meerderjarige werknemers die op de datum van de aanvang van de primaire arbeidsongeschiktheid de leeftijd van 55 jaar nog niet hebben bereikt en die op dat ogenblik gedurende ten minste drie achtereenvolgende jaren zonder onderbreking bij de betreffende werkgever tewerkgesteld zijn.

Het betreft dus werknemers met de leeftijd tussen 18 en 55 jaar met een anciënniteit van drie opeenvolgende jaren.

Werknemers die op de datum van aanvang van de invaliditeit beschikken over de toelating tot werkhervatting moeten ook niet meegenomen worden in de berekening van de ‘bovenmaatse instroom’.

Vrijstelling voor werkgevers met gemiddeld < 50 werknemers

De wet voorziet een vrijstelling voor werkgevers die gedurende het jaar waarin kwartaal Q-1 valt, gemiddeld minder dan 50 werknemers tewerkstelden. Q-1 is het kwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin de invaliditeit van de werknemer een aanvang neemt.

Het gemiddeld aantal tewerkgestelde werknemers moet bekeken worden tijdens een specifieke referteperiode, die valt tussen het vierde kwartaal van het voorlaatste jaar (n-2) en het eerste, tweede en derde kwartaal van het vorig jaar (n-1), bijvoorbeeld 1/12/2020 tot en met 30/09/2021. Het totaal van de op het einde van elk kwartaal van de referteperiode aangegeven werknemers moet gedeeld worden door het aantal kwartalen waarvoor de werkgever werknemers heeft aangegeven bij de RSZ.

Omvang en berekening bijdrage

De werkgever die onder voorgaande toepassingsgebied valt, zal een trimestriële responsabiliseringsbijdrage van 0,625 % verschuldigd zijn op de onderworpen lonen van het kwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin de bovenmaatse instroom in invaliditeit een feit is.

Indien er arbeiders tewerkgesteld worden, zal er rekening gehouden worden met het loon aan 108%.

Voor de berekening van de responsabiliseringsbijdrage wordt geen rekening gehouden met de bedragen die verschuldigd zijn onafhankelijk van het aantal effectief gewerkte dagen tijdens het aangiftekwartaal (denk hierbij aan jaarpremies etc. ). Een uitzondering hierop zijn de bedragen die uitbetaald worden n.a.v. de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

De trimestriële responsabiliseringsbijdrage wordt door de RSZ berekend en geïnd via een debetbericht samen met de bijdragen voor het tweede kwartaal volgend op kwartaal Q.

De geïnde bijdragen zullen doorgestort worden aan het fonds voor bestaanszekerheid van de sector van de werkgever.

Verduidelijkingen 

De ministerraad heeft op 15/07/2022 een ontwerp van wet en twee ontwerpen van KB goedgekeurd over bepalingen inzake een responsabiliseringsbijdrage voor werkgevers. Deze ontwerpen kaderen in het “Terug-Naar-Werk-traject” in de uitkeringsverzekering voor werknemers. 

Er worden met name verduidelijkingen aangebracht met betrekking tot: 

  • wie vrijgesteld is van de responsabiliseringsbijdrage; 
  • welke dagen in rekening worden gebracht bij het bepalen van de totale tewerkstelling bij de werkgever; 
  • de garantie dat de vergelijkingsbasis voor de sectorale vergelijking altijd minstens 10 ondernemingen bevat; 
  • welke ondernemingen de bijdrage verschuldigd zijn.

Daarnaast worden de waarden vastgelegd die toelaten de bovenmaatste instroom van werknemers in invaliditeit vast te stellen

Inwerkingtreding

De wet treedt in werking op 1 januari 2022, alsook kan de referteperiode pas een aanvang nemen in 2022. De effectieve bijdragen zullen derhalve pas geïnd kunnen worden in 2023.

Wat de invaliditeitsperiodes betreft, zullen ook enkel de periodes van invaliditeit in rekening gebracht worden die een aanvang nemen vanaf 1 januari 2022.

Proactieve info

De RSZ zal de werkgevers in 2022 proactief informeren over hun invaliditeitsratio zodat zij al eventueel stappen kunnen ondernemen om buiten het vizier van de responsabiliseringsbijdrage te blijven.

Een ontwerp van KB voorziet de modaliteiten waarop de ondernemingen waarvan de gemiddelde instroom van werknemers in invaliditeit ongunstig evolueert door de RSZ op proactieve wijze geïnformeerd worden. 

 

Bron: Programmawet van 27 december 2021, BS 31 december 2021; Voorontwerp van wet houdende diverse bepalingen inzake responsabilisering van de werkgevers inzake invaliditeit en inzake alternatieve financiering van de sociale zekerheid; Ontwerp van koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 145 van de programmawet van 27 december 2021 betreffende de proactieve mededeling aan werkgevers wiens gemiddelde instroom van werknemers in invaliditeit ongunstig evolueert; Ontwerp van koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 142, vijfde lid, van de programmawet van 27 december 2021. 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.