Na de nodige vertraging en net op de valreep werd de programmawet gisteren goedgekeurd in de plenaire vergadering van de Kamer.
Hieronder een overzicht van enkele van de maatregelen die geïntroduceerd worden via deze programmawet.
Ondanks het alternatief dat werd voorgesteld door de sociale partners werd de centenindex en de daaraan gekoppelde loonmatigingsbijdrage zoals opgenomen in het begrotingsakkoord goedgekeurd.
Er wordt voorzien in een toepassingsperiode in 2026 (juni?) en 2028 (januari?) waarbij er een volledige indexatie zou zijn van de lonen tot 4.000 euro bruto en een begrensde index van 2% op 4.000 euro voor hogere lonen. De helft van de impact hiervan zou toekomen aan de ondernemingen, de andere helft zou toekomen aan de overheid via een “bijzondere loonmatigingsbijdrage” geïnd door de RSZ samen met de socialezekerheidsbijdragen voor het betreffende kwartaal.
Er wordt voorzien in een beperking van de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van het bruto-inkomen uit auteursrechten en dit retroatief vanaf 1 januari 2026. Voortaan zullen zowel de degressieve forfaitaire kostenaftrek volgens twee inkomensschijven evenals de forfaitaire kostenaftrek van 15 pct. enkel nog van toepassing zijn op inkomsten uit auteursrechten met betrekking tot activiteiten waarvoor de belastingplichtige over een kunstwerkattest beschikt, niet zijnde een startersattest.
De programmawet voorziet verschillende wijzigingen aan de bestaande RSZ-verminderingen.
- Hervorming van de doelgroepvermindering eerste aanwervingen (“plusplannen”): zie ook “Hervorming van de doelgroepvermindering eerste aanwervingen op komst? – update“.
- Afschaffing van de doelgroepvermindering collectieve arbeidsduurvermindering en de vierdagenweek.
- Afschaffing van de doelgroepvermindering Horeca.
Er wordt ook voorzien in het verlies van RSZ-bijdrageverminderingen in geval van fraude.
Er wordt voorzien in de herinvoering vanaf 2026 van deze BV-vrijstelling voor de fruit-en groenteteelt (incl. druiventeelt) waarbij uitzendkantoren voortaan ook toepassing kunnen maken van deze regeling onder bepaalde voorwaarden.
Om de budgettaire houdbaarheid van de vrijstellingsstelsels te vrijwaren zonder het stelsel uit te hollen, wordt voorzien in een algemene matiging van de verschillende vrijstellingsstelsels in de vorm van een correctiefactor die de totale fiscale kostprijs van deze vrijstellingsstelsels matigt.
- Versterking van de sociale werkbonus
De sociale werkbonus wordt vanaf 1 januari 2028 versterkt via een verhoging van de toepasselijke loonplafonds.
Naast de reeds bestaande registratie bij aankomst op de bouwplaats zal ook een registratie bij vertrek verplicht worden.
In het kader van een toekomstigbestendige digitalisering van de sociale zekerheid wordt met ingang van 1 januari 2028 wordt de gegevensoverdracht naar de RSZ via het nieuwe LTDS‑systeem in het kader van e-Gov 3.0 voor alle werkgevers verplicht.
De programmawet werd op 1 juni 2026 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
Bron: Ontwerp van programmawet, Parl. St Kamer 2025 – 2026, nr. 1378/037; Ontwerp van programmawet, Parl. St Kamer 2025 – 2026, nr. 1378/042; Programmawet van 30 mei 2026, BS 1 juni 2026.